Afscheid… Dé stap naar een nieuw begin…

Geplaatst op: 24 november 2014 door De Reporter in Algemeen
Tags:, ,

ALKMAAR – Het afgelopen decennia is één van de moeilijkste geweest van mijn leven. De blogs, de vele reacties off- en online hebben mij door de soms hele lastige, en vooral emotionele periodes heen getrokken. Het strijden voor het belang en welzijn van je kind is slopend. Echter heb ik geen moment gehad van opgeven. Wel van noodzakelijkerwijs moeten accepteren van een situatie die je als ouder onmachtig maakt. Het verdriet heeft een wond in mijn hart achtergelaten die met regelmaat vol gestrooid werd met zout. Het kreeg nimmer de tijd om te helemaal helen. Die tijd is nu voorbij. De situatie is totaal veranderd! Een belangrijke wijziging is uitgesproken door de Rechtbank waardoor na vele jaren de strijdbijl kan worden begraven. Van een ouder met een onuitvoerbare omgangsregeling naar een ouder met eenhoofdig gezag is een totale kanteling in het leven van mij en mijn kind. Ooit zat mijn ‘kind in de knel’, nu mag mijn kind frank en vrij aan de toekomst werken!

Het besluit van de rechtbank heeft wel duidelijk gemaakt dat ook de mening van de rechtelijke macht aan het veranderen is. De omstandigheden waren er ook wel naar, maar even goed heeft het nog lang geduurd. De belangrijkste oorzaak van de lange duur is de handelswijze van degene die uitvoering heeft moeten geven aan de ondertoezichtstelling in de periode 2003 t/m 2008. Kort geleden is het eindelijk toegegeven dat zij eerder hadden moeten optreden. Wat deze organisatie vergeet is dat zij willens en wetens een kind een onbezonnen jeugd hebben ontnomen met alle mogelijke traumatische gevolgen van dien. Ooit komt het moment dat deze mensen ter verantwoording worden geroepen. Hoe? Wanneer? Dat zal de toekomst leren. In het belang van mijn kind heb ik besloten om te stoppen met bloggen op deze website. Wij willen ons richten op het een plek geven van alle negatieve ervaringen…

Kind in de Knel

Het schrijven stopt echter niet. Ik heb mij voorgenomen om mijn ervaringen, aantekenen, odners vol besluiten en documentatie van de rechtszaken, te gaan benutten om een boek te gaan schrijven. Het wordt een combinatie van een biografie en literatuur over de misstanden bij instellingen in de jeugdzorg. De motivatie om het boek te gaan schrijven is groot, maar of het ooit de kunst der literatuur gaat halen is nog onduidelijk. Het proloog is bijna klaar. Na review door een beperkte groep intimi en kritische lezers, neem ik definitief het besluit. Dan is het doorgaan of stoppen! Want soms… heel soms… moet je zaken laten rusten! Als het maar voor de eigen gemoedsrust. Aan de andere kant kan het heel veel ouders in een dergelijke situatie helpen om meer inzicht te krijgen. Vooral om te gaan beseffen dat je wel als partners afscheid kunt nemen, maar nimmer meer als ouder. Wanneer door toedoen van mijn toekomstige boek minimaal één kind een betere toekomst krijgt, dan ben ik al tevreden.

Het gaat dus wel even duren voordat jullie weer iets kunnen lezen afkomstig van mijn hand. De hoop is dat ouders die momenteel in een ‘(vecht)scheiding’ zitten, goed nadenken over de stappen die zij nemen en vooral ook laten. Dit blog wil ik afsluiten met het belangrijkste advies over hetgeen ik heb geleerd.

Geef nimmer je kind op, hoe moeilijk de situatie ook is.

Onderwijs, de toekomst van een jongere…

Geplaatst op: 24 augustus 2014 door Richard Raats CPM RI in Geen categorie

Er zijn maanden verstreken sinds de publicatie van het laatste blog. Deze periode heb ik benut om onderzoek te doen naar misstanden in de huidige jeugdzorg, maar ook om een plan te schrijven voor veranderingen, om inzicht te krijgen in politieke, ambtelijke en landelijke probleemstelling rondom ‘jonge mensen’ in onze maatschappij. Inmiddels mag ik zeggen dat ik een aardige ervaringsdeskundige aan het worden ben op het gebied van jeugdhulpverlening, analyse van misstanden en, door deelname aan een commissie tegen vechtsscheidingen voor een Tweede Kamer fractie, ook een serieuze betrokken ervaringsdeskundige begin te worden op het gebied van de (politieke) materie ‘jongeren en zorg’.

De scholen zijn weer begonnen!

Nu de vakantie voorbij is, de scholen en sportactiviteiten voor de meeste kinderen weer gestart zijn, is het belangrijk om ook de discussie rondom de wantoestanden rondom ‘jongeren’ op de agenda te zetten. Want er is nogal wat mis. Zeker met de op handen zijnde transitie van de taken van de Rijksoverheid naar de gemeenten, en de dientengevolge daarvan substantiële besparing van kosten, gaan er significante wijzigingen plaatsvinden. Neem daarbij het verdwijnen van het speciaal (basis en voortgezet) onderwijs dat opgenomen wordt in het reguliere onderwijs onder de noemer ‘passend onderwijs’ en ieder weldenkend mens snapt dat het teveel is wat er staat te gebeuren. Scholen zijn er niet op ingericht om jonge mensen met een ‘label’ op te nemen en passende ondersteuning te geven. Het nagenoeg verdwijnen van de financiële middelen voor dergelijke ondersteuning is een feit! Door nu ook de beoordeling van zaken over te dragen naar ambtenaren met veel minder ervaring in de zorg voor jongeren, beginnen de rapen aardig gaar te raken.

Passend Onderwijs in de toekomst

Concreet wil ik deze keer een focus zetten op het onderwijs. Tenslotte is de school, naast het gezin, de tweede significant belangrijke pijler in de opvoeding van een jongere. Tjsa, althans dat is hetgeen het vroeger was. Het wijzen naar elkaar is namelijk al begonnen in de samenleving. Ouders wijzen naar school als het niet goed gaat en scholen wijzen naar ouders als de kinderen niet goed presteren. Triest! In een elders gepubliceerd blog over ‘De vijf pijlers van de maatschappij’ heb ik geschreven over het belang van iedere individuele pijler. De overheid is géén individuele pijler, maar heeft op alle vijf de pijlers, t.w. Gezin, Sport, Onderwijs, Arbeid en Samenleving, een sterke invloed c.q. een wetgevende, handhavende, stimulerende of begeleidende rol. Ik beperk mij in dit blog tot het onderwijs. Door een belangrijke misser in het beleid dreigen vele jongeren serieus de dupe te worden. Kwaliteit verhogen kan niet door extreme besparingen!

In de drang om te komen tot besparing, verhogen van kwaliteit en beperken van macht en misbruik van maatschappelijke gelden zijn er doelstellingen voor onderwijsinstellingen neergezet. Wanneer een school deze KPI’s (Kritieke Prestatie Indicatoren) niet haalt dan volgt korting op de financiën. In eerste instantie een logisch klinkende route om te komen tot het bereiken van de doelstellingen. Helaas… De KPI’s zijn té financieel gedreven en missen de juiste meetpunten waardoor de ‘plank compleet wordt misgeslagen’. Ergo, de midden- en langtermijn effecten zullen zeer schadelijk zijn, zoniet vernietigend om te komen tot het opleiden van kwalitatief personeel voor het bedrijfsleven. Hoe bedoel je dit?

Meneer Krijtje Ultieme Bezuiniging

Aan de hand van een voorbeeld ga ik trachten dit duidelijk te maken. De capaciteit op scholen is beperkt geworden vanwege extreem doorgevoerde besparingen. Grote klassen, kleinere ruimtes, minder leraren zorgen voor ‘minder toegang tot voortgezet onderwijs’. Niet alleen de grote steden hebben tegenwoordig een ‘selectie-systeem’, maar ook in de kleinere steden is het niet meer vanzelfsprekend dat jouw kind daar gewoon aangenomen kan worden als het voldoet aan de toelatingseisen. Neem daarbij het feit dat de scholen kwaliteit moeten leveren, dus zeker niet zitten te wachten op jongeren met een ‘label’. Al behoeft dat ‘label’ geen medische achtergrond te hebben, een ‘label’ wordt gezien als een beperking en derhalve een risico voor de kwaliteit. De overgang van het (speciaal) basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is dus geen automatische toelating als de CITO-toets toereikend is. Zijn de ouders lager opgeleid, woon je in achterstandswijk, kom je uit een exotisch land, al deze factoren vormen een ‘risico’. Toch worden deze zaken zonder schroom gevraagd op de inschrijfformulieren van scholen. Je mag je in deze ook ernstig afvragen of hiermee de wet op de privacy niet wordt overtreden. Denk je slim te zijn door het niet invullen of achterhouden van informatie, dan wordt je kind sowieso niet toegelaten. Er staat dus een emotionele druk op!

Een ander belangrijk element dat kinderen beperkt in de schoolkeuze, is het feit dat het basis onderwijs ook financieel wordt gestraft als zij kinderen afleveren met een te hoog advies. Zij verkiezen dus op dit moment de meest veilige route. Bij iedere vorm van twijfel, ongeacht het resultaat van de CITO-toets, wordt een lager advies verstrekt onder de noemer dat het ‘gedrag’ of de ‘omgeving’ het kind niet toereikend is om gelijk aan het CITO-resultaat verder te gaan met onderwijs. De echte reden is echter dat als het kind op het voortgezet onderwijs blijkt het, ongeacht de reden, niet te redden dat de basisschool alsnog een ‘tik op de neus’ (lees: strafkorting) krijgt. Dus zijn er momenteel basisscholen die angst hebben voor de korting en geven bij de minste geringste twijfel een ‘lager’ schooladvies af. De scholen die voortgezet onderwijs verzorgen op de niveaus VMBO-K, VMBO-G, VMBO-T en HAVO hebben met deze problematieken te maken. Het aanbod is gewoonweg hierdoor te groot ten opzichte van de beschikbare capaciteit en diversiteit.

Standaardisatie & Bezuiniging in het Onderwijs

Waarom schrijf ik hier over, vraagt u zich misschien af? Nou heel eenvoudig. Op termijn gaan we nog meer jongere hoogopgeleide mensen missen! Maar belangrijker is dat de capaciteiten van kinderen bij de geringste twijfel worden bestempeld als ‘laag’. Tel daarbij op dat er altijd wel een ‘label’ aan een gemiddeld kind kleeft, dan snapt een ieder dat we als samenleving bezig zijn om het gemiddeld opleidingsniveau van de nieuwe generatie kinderen te verlagen. En de regering maar ‘buitenlandse studenten’ aantrekken omdat er te weinig goed opgeleide jongeren (beschikbaar) zijn. Het probleem wordt dus eerst gecreeerd om vervolgens nog te verergeren door het de jeugdwerkloosheid in te drukken. En dan roepen als regering: “Tsja, we hebben die hoogopgeleide jongeren gewoon nodig voor het bedrijfsleven in Nederland!”. Maar de jongeren in Nederland krijgen gewoon de kans niet! Waarom eigenlijk niet?

De voorgaande materie was even nodig… om nu te komen tot kern van mijn boodschap. Vele jongeren ‘vallen uit het onderwijs’. Als oorzaak wordt vaak gezegd dat de jongeren zelf geen inzet geven, ouders meer zeuren dan de school steunen en dat de jongeren vaak de verkeerde keuzes maken voor onderwijs. Er wordt vergeten dat, zonder de welwillende en gemotiveerde docenten te beledigen, er helaas vele mensen in het onderwijs actief zijn die totaal niet gemotiveerd zijn om jonge mensen te stimuleren. Daarnaast voldoen huidige opleidingen regelmatig niet aan de eisen om aan te sluiten op de vraag uit het bedrijfsleven. Hoe moet een jongere, zeker degene met een ‘vermeend label’ maar zonder extra begeleiding omdat het is wegbezuinigd, dan de motivatie krijgen en houden om te knokken voor het toegangsbewijs (lees: diploma) voor het bedrijfsleven? Wie gaat hen helpen?

Wie gaat hen helpen?

De uitval van jongeren uit het onderwijs (CBS: Amsterdam ca. 20% van de jongeren) kost de samenleving tussen de
€ 7.000,- en € 38.000,- aan maatschappelijke kosten, derving en allerlei faciliteiten die benodigd zijn om hen bezig te houden zodat zij niet belanden in minder positieve circuits. Kortom het bezuinigen op ‘jeugdzorg’ en begeleiding van ‘jonge mensen’, vooral met een bestempeling als ‘speciaal’, vormt een steeds grotere groep. De gevolgschade van het falend landelijk onderwijs beleid, de opkomende transitie van overheid naar gemeenten gaat zeker voor één ding zorgen. Het straatje van de overheid wordt schoongeveegd, terwijl de gemeenten met ‘de gebakken peren’ komen te zitten en uiteindelijk de jongeren de dupe zijn… Althans dat is de prognose vanuit diverse wetenschappelijke onderzoeken!

De oplossing is complex maar niet onmogelijk! Op alle fronten moet er worden gestreden om jongeren de juiste kans te geven in het basis en voortgezet onderwijs. Ouders, jeugdinstellingen, scholen, bedrijfsleven en overheid moeten gezamenlijk komen tot vermindering van de ‘labels’ die op kinderen geplakt worden. Jongeren verdienen, zeker als zij een ‘onterecht label’ hebben gekregen zoals ADHD (omdat er dan extra geld voor school kon worden geclaimd) of andere culturele achtergrond of vanwege traumatisering door (vecht)scheiding of andere nare privé-omstandigheden, de kans om telkens met een schone lei de toekomst aan te vangen (bewust gekozen criminaliteit niet meegenomen!). Stop met ‘labels’ geven, maar nog verder doorgetrokken, toon begrip en geef jongeren altijd een kans! Telkens weer opnieuw! Want ook jij, jij die beslissingen neemt over jongeren, hebt ook de kans gehad om te mogen leren… ongeacht welke culturele achtergrond je hebt, ongeacht het gezin waar je uit voort bent gekomen, ongeacht de vriendjes die je had in je jeugd, ongeacht de droom die je had als jongere…

Een klacht! En dan?

De cruciale vraag is nu: “Wanneer gaan zowel ouders, stemgerechtigde burgers van NL, overheid, scholen, bedrijfsleven en allen bij de opvoeding, begeleiding of onderwijs van jongeren betrokken partijen het probleem serieus en toekomstvast oplossen? Het betekent direct investeren in jongeren, onderwijs, begeleiding, jeugdzorg en bedrijfsleven, maar ook serieus nemen en aanpakken van de eisen die de overheid en scholen hebben afgestemd om te komen tot meer kwaliteit tegen lagere kosten. Vergeet vooral de motivatie niet!

Ik spreek de ijdele hoop uit dat er daadwerkelijk mensen wakker liggen van het steeds groter groeiende maatschappelijk probleem met jongeren, wat onder de noemer ‘crisis’ wordt afgedaan met hoognodige bezuigingen!”

Houdt mijn handje vast...AMSTERDAM/DEN HAAG – De nieuwe jeugdwet welke op 1 januari 2015 het daglicht moet gaan zien stuit nogal flink op weerstand. Als we de gerechtelijke macht moeten geloven dan betekent het een significante achteruitgang daar waar het om gedwongen zorg voor jongeren (b.v. uithuisplaatsing) gaat. Gemeenten zien vooral de kosten als een belangrijke weerstand en schreeuwen moord en brand om extra geld. Daar waar wij als belastingbetaler eerder zouden verwachten dat gemeenten om kennis uit de centrale organen zouden vragen. Nee, daar gaat het niet om! De kennis gaat men binnen de gemeenten de komende jaren gewoon opnieuw proberen op te bouwen. Het kabinet wil doorzetten met het overhevelen van de jeugdzorg bij de provincies naar de gemeenten. Een belangrijke stap om de zorg dichter bij de burger te brengen. De grootste reden is besparing, want de kosten stijgen de pan uit. De decentralisatie van jeugdzorgtaken moet op deze wijze worden teruggedrongen. De Eerste Kamer is nog niet overstag dat het ook allemaal goed geregeld is. Op dit moment is er nog geen volledige steun in de Eerste Kamer waardoor de invoering van de nieuwe jeugdwet nog géén voldrongen is!

Bron: Rijksoverheid – Kamerstuk Jeugdwet

Transitie Jeugdzorg noodzakelijk!
We kunnen problemen niet oplossen met dezelfde wijze van denken als waarmee de problemen zijn veroorzaakt!” is de vrije vertaling van een van de meest gebruikte quotes van Einstein. Er moeten daadwerkelijk significante veranderingen gaan plaatsvinden. De redenen lopen uiteen van aard. Niet alleen geld is een oorzaak van de afkalvende jeugdhulpverlening. De té grote diversiteit van organisaties, geen centrale structuur of kennisdeling, bizarre indicatiestellingen, noodzakelijke diagnoses om allerlei budgetten vrij te krijgen, rugzakken voor onderwijs, beweging naar passend onderwijs, verschil tarieven tussen provincies en gemeenten en zo kunnen we nog wel 1.000 argumenten opnoemen die de noodzaak van een grootschalige transitie noodzakelijk maken. We kunnen echter op voorhand al zeggen dat de insteek fout is. De kaders krijgt men niet gesteld. De handen krijgt men niet ineen om een eenduidige horizon neer te zetten om de jeugdzorg en hulpverlening in te richten in Nederland. En de reden? Eenvoudig, men zit opgesloten binnen hetzelfde denkkader als waar men al decennia lang in is opgeleid en men zich ook naar blijft gedragen. Het is tijd voor bestuurlijke vernieuwing in de jeugdzorg om innovatie op de “werkvloer” gerealiseerd te krijgen. De echte innovatie moet namelijk “van onder af” komen. Hiermee wil ik duidelijk benadrukken dat de kennis en kunde om de jeugdzorg te kunnen innoveren niet in de huidige bestuurlijke laag zit, maar op de werkvloer.

Kind in de knel“Machtiging tot uithuisplaatsing!”
Het is donderdagmiddag 16:45 uur als ik nerveus naar mijn telefoondisplay staar. Vandaag is de dag dat mijn zoon bij zijn moeder “uithuis wordt gehaald!” Er is duidelijk bepaald dat hij niet langer veilig kan verblijven op zijn woon- en leefplek.
De rechtelijke macht heeft een “machtiging uithuisplaatsing” afgegeven waardoor Bureau Jeugdzorg eindelijk over kan tot “veiligstellen” van mijn zoon. Een heel triest verhaal, want door cruciale fouten van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland-Noord is de situatie waarin mijn zoon heeft moeten leven zo ernstig opgelopen dat hij nu onnodig getraumatiseerd is.
Het gaat jaren in beslag nemen om hem weer in een gezonde positieve en vertrouwde richting te krijgen. Hij is het vertrouwen compleet kwijt door alle heftige ervaringen die onnodig zijn gebeurd in zijn prille jeugd.

“Hij is veilig gesteld!”
De adrenaline giert door mijn lichaam. Om 17:00 uur gaat de automatische telefoonbeantwoorder er weer op bij BJZNH. Dan kun je niemand meer bereiken. Om 16:55 uur wordt het mij teveel. Er was mij beloofd dat ik gebeld zou worden zodra ze hem veilig hadden gesteld. In de veiligheidsanaylse en bepaling van maatregelen vooraf was er vastgesteld dat ik beter uit beeld kon blijven. De verantwoordelijk teamleider van BJZNH, die het overgenomen had van de gezinsvoogd zoals de procedure voorschrijft, zou mij telefonisch laten weten hoe e.e.a. was verlopen. Niets gehoord! Terwijl de actie gepland was om mijn zoon van school op te halen en gelijk te scheiden van zijn moeder om eventuele gevaarlijke situaties in zijn bijzijn te voorkomen. Ik hoor een kiestoon. Er wordt opgenomen. Bij de dame die ik aan de lijn krijg vraag ik naar de betreffende persoon. “Ik ga even kijken in de agenda.” antwoord de dame. Terughoudend leg ik haar alvast uit dat alleen doorverbinden genoeg is. “Helaas degene die u wilt spreken is niet aanwezig vandaag.” gaat zij door. “Mevrouw, mag ik u iets uitleggen?” vraag ik met een rustige stem. Zij luistert maar hoor een zucht door de telefoon klinken. Het geeft mij gelijk de indruk van ‘daar hebben we weer zo’n vader‘, iets wat mij al zo vaak is overkomen. Waarvoor men zich dan achteraf weer gaat excuseren omdat het zo niet is bedoeld! Echter weet ik nu nog niets. Het is kort na vijf uur als ik in contact kom met een van de mensen die wetenschap heeft van de situatie rondom mijn zoon. “Hij is veilig gesteld! Het is redelijk goed verlopen. Sorry dat we niet eerder hebben gebeld!”

“In mijn armen… in een ware veilige omgeving…”
“Mam, ik weet niet waar hij precies zit maar hij is veilig nu” vertel ik mijn moeder als ik haar het ‘goede’ nieuws vertel. Anthonius CastricumMet BJZNH heb ik afgesproken dat we trachten zoveel als mogelijk is gelijkheid aan te houden over wetenschap van mijn zoon. Ik wist dus niet waar hij zat. De vrijdag word ik gebeld om geïnformeerd te worden over hoe het met hem gaat.
“Kan ik hem zien?” is mijn vraag.
Een nogal onwetend klinkende medewerker van BJZNH geeft aan dat hij eerst de situatie wat wil stabiliseren. Mijn ongeloof is groot want dat was zeker niet de afspraak. Snapt deze persoon dan niet wat er allemaal is voorbereid? Ik wil weten hoe het met mijn zoon gaat! Het komende weekend was mijn weekend van omgang, dus ik wil hem minimaal kunnen zien en spreken. Hij moet weten, voelen en zien dat ik er voor hem ben!

“Als hadden komt, is hebben te laat…”
Het is een situatie die vele malen per jaar voorkomt. Het gehele proces heb ik achteraf eens “vrij van emotie” zover als mogelijk is, objectief proberen te evalueren. Het is een kostenverslindende situatie rondom zo’n jeugdige. Soms ook erg onnodig omdat organisaties niet met elkaar praten of overleggen. Privacy, andere denkwijze, andere belangen, financiele consequenties etc. etc. Triest, want voor mijn zoon had de situatie al jaren eerder opgelost kunnen worden. Dan had hij zijn vader niet jaren hoeven missen. Had zijn moeder met andere hulp misschien niet zo ver doorgeslagen en bovenal, had mijn zoon niet opgezadeld geworden met allerlei weerstanden waar hij heden ten dage mee moet leren omgaan. De Rechten van het KindZaken die door gebrek aan een gezonde opvoedingssituaties nu met versneld tempo ingehaald moeten worden. Ook hier is de nodige ‘extra’ begeleiding bij nodig.
Concreet kun je het oordeel vellen dat BJZNH haar eigen toekomstige klantenkring heeft gecreëerd. Hier moeten we als samenleving hard tegen gaan optreden. Iedere organisatie die met jeugdzorg en/of jeugdhulpverlening bezig is moet altijd het doel hebben om in de toekomst niet meer te willen bestaan. (Zie Unicef Kinderrechten)

Miljoenen euro’s worden weggespoeld…
Alleen met zo’n gedachtegang verleen je optimale zorg! De individu moet op eigen benen kunnen en willen staan… daar moet je mee willen helpen. Er blijft daarnaast altijd werk genoeg te doen. De angst om zonder werk te komen is te groot bij dergelijke instanties. Triest! Want de geldverspilling in de jeugdzorg gaat om vele miljoenen euro’s. Geld wat voor kinderen beter ingezet kan worden om sporten, leren, leven en wonen waar mogelijk te verbeteren. Wie staat op?
Wie krijgt de kans om de logge schepen (provincies) te transitioneren naar allemaal kleinere schepen (gemeenten) waarbij er oog is voor het kind?
De overheid moet de zorg overnemen als ouder het niet (meer) kunnen. Veel belangrijker is dat de overheid de eenvoud van kaders gaat scheppen, gebaseerd op het Europees Verdrag van de Rechten van het Kind, dat kinderen veilig kunnen opgroeien.
Er is ook een keerzijde die hier van zeer groot belang is. Daar waar kinderen kaders voelen waarbinnen zij veilig en vertrouwd kunnen leren van fouten, kunnen voelen dat zij geliefd zijn, mogen leren dat fouten niet altijd fouten zijn… excelleren kinderen uit flexibiliteit naar grote hoogte van het eigen kunnen! Zij zijn allen talentvol!

Resume “Sta jij aan wal of help je mee roeien met de riemen die we hebben?
We kunnen eenvoudig concluderen dat de zorg voor kinderen cruciaal is voor de groei van ons land. De kinderen van nu moeten in de toekomst ons land op de schouders gaan dragen. Als wij als huidige ouders, politici, rechters, jeugdhulpverleners, politie, artsen, verpleegkundigen, docenten, sportbegeleiders en iedereen die met kinderen in contact staan, niet de schouders onder een nieuwe wetgeving zetten, dan komt het niet goed.
roeienmetderiemendiewehebben
Dan is alle hulp straks onbetaalbaar. In casu mijn zoon hadden er honderdduizenden euro’s (ja u leest het goed!) bespaart kunnen worden als BJZNH zich van haar taak had gekwijt. Helaas had ik daar totaal geen invloed op! Alle rechtbanken en onderzoekscommissies ten spijt die telkens het spoor compleet bijster bleven door alle falsificatie in de rapportage van BJZNH.
Als de rechtelijke macht duidelijkheid had gegeven met dezelfde energie zoals zij nu dwars voor de wetgeving liggen, als iedereen in zijn omgeving zich sociaal verantwoordelijk had opgesteld dan had mijn zoon jaren geleden al een andere toekomst gehad. Kortom de nieuwe jeugdwet mag dan nog niet geheel optimaal zijn, maar het is een stap in de goede richting voor vele kinderen.

Mijn persoonlijke hoop is dat we ooit een neutraal “Advies- en Toezichtsorgaan Jeugd” gaan opzetten die slechts gemeenten ondersteunt met “meest ideale practices”, “bewezen (wereldwijde) methodieken”, “kennisdeling” en welke toezicht houdt op geldverslindende processen! Waar particulieren instellingen lokaal moeten acteren. Geen Raad van de Kinderbescherming, want die heeft aangetoond niet te kunnen functioneren als objectieve en neutrale partij! Als voorstanden van de denkwijze van Richard Branson pleit ik om geen (idioot ingerichte) grote organisaties het alleenrecht te geven om jeugdzorg te verlenen. De inrichting van De Opvoedpoli is een mooi voorbeeld hoe dingen anders kunnen. Wel een duidelijk gezicht naar buiten en heldere methodieken, maar ook allemaal in de kern eigen lokale initiatieven en betrokkenheid. Jeugdhulpverlening moet persoonlijk, klein en compact, dichtbij het kind en wars van alle doorgeschoten privacy regels die door vele worden misbruikt om maar niet de verantwoordelijkheid te hoeven nemen…

Participeren is ook ‘alleen jouw verhaal delen‘…
Laat vooral uw wensen, ideeen, klachten, verhalen etc. weten, want alleen met heldere punten kunnen we er als ouders gezamenlijk iets aan doen… Ik sta grotendeels achter de wijzigingen en daar waar ik het niet eens ben met de wetgeving, steun ik op positieve wijze met het verkrijgen van aanpassingen… Mijn doel en motivatie? Het kind moet veilig en vertrouwd kunnen opgroeien tot een waardevolle mens die vrij in het leven kan en mag staan om binnen de algemene maatschappelijke kaders zich te ontplooien tot een liefdevolle ouder…

Het kan ook echt anders…
En mijn zoon? Het complete verhaal komt in een boek, want probeer het als vader van mij af te schrijven. Hij woont inmiddels volledig bij mij, volgt het voorgezet onderwijs, sport elk weekend en heet hij inmiddels de kans gekregen om een flink familie- en vriendennetwerk op te bouwen. Zelfs ook met de familie van “moederszijde”.
Samen met BJAA, wat een totaal anders opererende organisaties is dan BJZNH, zijn wij als volwassenen aan het kijken hoe we voor hem kunnen zorgen dat hij zijn band met zijn moeder in de toekomst in een veilige en vertrouwde omgeving kan herstellen, omdat ondanks alles is en blijft het zijn moeder… en verdienen zij een liefdevolle band met elkaar!

Iedereen die wijsheid wil aanreiken om tot verbeteringen te komen of persoonlijke verhalen wil insturen mag altijd mailen naar info@onmacht.nl of bij voorkeur inzenden via het reactieformulier.

Note: De ingezonden informatie zal nimmer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming worden gebruikt voor welke doelstelling dan ook. Het publiceren op deze website kan alleen via het reactieformulier. U geeft daarmee dan ook expliciet toestemming om de reactie openbaar te publiceren.

Beeldvorming in de jeugdzorg is kwetsend!

Geplaatst op: 15 september 2013 door De Reporter in Algemeen, Dossiers

De woensdagmiddag is bijna ten einde. De wijzers op de klok leken deze dag wel dubbel zo snel te draaien. Het midden van de week is altijd ff een omslagpunt in de drukte van de week. Een gesprek met een collega moest nog worden afgerond en dan was de werkdag ten einde. “Tring… Tring…” klonk ineens de telefoon luid in de zaal waar het luttele seconden daarvoor doodstil was. Ik pakte de telefoon op. Met een vriendelijke stem maakte ik mij bekend. “Papa… met mij…” klonk het zachtjes. De verwarring werd groot toen het bleek dat het niet mijn oudste zoon was. De stem klonk bijna identiek. “Papa, hoor je mij wel? Hoe gaat het met je?” hoor ik wat harder uitspreken. De tranen sprongen in mijn ogen! Mijn hart sloeg loeihard in mijn keel. Als een donderslag bij heldere hemel!

Drie jaar had ik al geen contact meer gehad met mijn zoontje. En ineens hoorde ik zo uit het niets zijn stem liefdevol vragen hoe het met mij ging. Mijn hart brak! De tranen liepen als een ware plotselinge regenbui over mijn wangen. De collega tegenover mij zag mijn houding vol van zelfvertrouwen met een klik veranderen in gebroken man met een betraand gezicht. Mijn adem stokte en zo goed en kwaad als het ging probeerde ik mijn zoontje te woord te staan. De nervositeit van mijn zoontje was ook duidelijk te merken. Het waren slechts enkele minuten, want hij belde stiekem met de telefoon van zijn moeder.

Ik was trots op hem en vertelde dat hem ook. We namen afscheid met beide de woorden uit te spreken: “We zien elkaar snel! Ik hou van jou!” Mijn geluk kon die dag niet meer op. “Het is hem gelukt om mij te bellen” was het enige wat door mijn gedachte ging. Op dat moment kon ik nog niet vermoeden dat het nog maanden zou duren voordat ik hem weer in mijn armen kon sluiten. Het contact was van mij uit niet te leggen. Telkens als ik belde werd de haak erop gegooid. Slechts een keer werd ik vloekend en tierend te woord gestaan. Maar mijn zoon kreeg ik niet te spreken. Ik had te maken met een wraakzuchtige moeder die iedere kans nam om te verstoren.

Het is najaar 2010 als op vrijdagmiddag om 16:30 uur de telefoon gaat. Ik zat thuis de laatste email weg te werken omdat er een heerlijk weekend voor de deur stond. Het weekend maar eens geen werk doen, was mijn plan. “U spreekt met mevrouw X van De Raad voor de Kinderbescherming. Bent u de vader van Romeo?” vroeg een norse vrouwenstem. “Ja!” antwoordde ik, direct gevolgd met “Hoe is het met hem?”.

“Ik maak graag een afspraak met u om dit te bespreken.” Na meerdere malen vragen kreeg ik te horen dat het niet goed met hem ging. Ik was helemaal van slag. Een doemscenario ging door mijn hoofd. Lag hij in het ziekenhuis? Was hij ernstig gewond? Of misschien wel erger? Had zijn spontane actie geleid tot een heftige reactie in zijn leefomgeving? Vragen die met hoge snelheid door mijn hoofd gingen. “Nee, het gaat niet goed met hem, maar niet wat u nu denkt gelukkig. Het is echter wel zorgelijk waardoor wij nu een onderzoek doen” vertelde mevrouw X.

“Ik zou u graag persoonlijk willen spreken i.v.m. het onderzoek en wil u als vader ook horen. Is dat mogelijk voor u?”
Vele woorden en zinnen gingen heen en weer, want mijn aanbod om gelijk in de auto te stappen werd als ‘niet mogelijk’ bestempeld. “Ergens volgende week op woensdag of donderdag heb ik wel gelegenheid!” ging ze verder. Deze mevrouw X wist echt niet dat je dit soort telefoontjes nooit op deze wijze mag doen. “Woensdag? Donderdag? “Ik kom er nu aan!” gaf ik haar aan. Helaas, welke poging ik ook ondernam, er was geen mogelijkheid aanwezig om haar dezelfde middag nog te spreken te krijgen. Het aandringen wierp daarintegen wel zijn vruchten af, want na een klein halfuurtje werd ik teruggebeld. Of het mogelijke was om maandochtend om 09:00 uur af te spreken in Amsterdam.

Maandagochtend om 08:45 uur liep ik het kantoor van de Raad aan het IJbaanpad binnen. Strak in het pak, want zo werk ik nou eenmaal. De receptioniste belde mevrouw X.”Hoe heeft u uw ex-vrouw leren kennen?” vroeg ze mij direct toen ze aan kwam lopen. “Hoe is het met Romeo?” vroeg ik haar. “Ik kom hier niet om over mijn ex-vrouw te praten. Mijn zoon heb ik al drie jaar niet gezien. Klaarblijkelijk begrijpt u niet dat ik het hele weekend van slag ben geweest?“.
Het was een gesprek met een begin welke ik nooit meer zal vergeten. Deze mevrouw X was gevuld met vooroordelen over ‘hoe vaders zijn als zij hun eigen kroost niet zien‘. Dan hebben ze vast niets op met hun kinderen, was haar mening. Pas na een half uur praten, begreep zij heel duidelijk dat het hier om een hele andere situatie ging. Het was van mij zeker geen vrijwillige stap geweest.

Tot aan alle (interne) commissies van Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming eaan toe was er gestreden voor de omgang met mijn zoontje. Echter zonder resultaat, want de ene instantie dekte de grove fouten en verkeerde handelingen van de andere. Het was met recht ‘de slager die zijn eigen vlees keurt!. De laatste hoorzitting over de onrechtmatige opheffing van de onder toezichtstelling gaf mij vanwege de vraagstellingen de indruk dat deze mensen achter de tafel verstand van zaken hadden. Het liet een een gevoel van hoop achter. Deze werd echter compleet teniet gedaan toen het verslag van de hoorzitting en de uitslag binnenkwam. Ik kon mij niet anders dan neerleggen bij het genomen besluit. Jeugdzorg liet mijn zoontje als een baksteen vallen!

De moeder blokkeerde alle omgang en bleef de omgang structureel frustreren. Mijn geld voor advocaten was inmiddels op. De betalingsregelingen voor de hoge advocaatkosten waren niet meer op te brengen. Je staat als vader, ondanks een beschikking van de rechtbank, met lege handen. Je wordt dan gedwongen om je leven op te pakken zonder omgang met je kind. Een diepe wond wordt in je hart geslagen. Je staat machteloos. De onmacht zorgt er tevens voor dat je emotioneel zo word gehard waardoor je met afgesloten hartje door het leven gaat. Gelukkig waren mijn andere kinderen van een andere moeder. Iemand die het duidelijk anders deed. Zij sterkte mij allemaal, maar een lege plek in mijn hart deed pijn. En bleef verdriet geven, dagelijks huilde mijn hart.

Zo’n situatie los je zelf niet zomaar op. De gezinsvoogd had moeten ingrijpen. Volgens Bureau Jeugdzorg waren alle punten opgelost met uitzondering van herstel van de omgang. Hiervoor moest ik zelf maar naar de rechtbank. De ondertoezichtstelling werd definitief opgeheven. Helaas, een papa met een regeling op papier, maar in de praktijk met lege handen. Maar erger nog, weer een kind die zijn vader niet ziet!

Vanaf die dag is er inmiddels erg veel veranderd. Romeo is n.a.v. het onderzoek na twee jaar weer onder toezicht gesteld en enkele maanden na het onderzoek uit huis gehaald bij zijn moeder. Een proces wat eenvoudiger had gekund en gemoeten. Romeo is bewust, willens en wetens door het laakbare optreden van een gezinsvoogd en haar directe leidinggevende, beschadigd! Hij heeft trauma’s opgelopen die nog vele jaren nodig zullen hebben om naar de achtergrond te verdwijnen. Vergeten zal hij ze nooit, want wat hij op zijn leeftijd onnodig heeft moeten ervaren is schokkend te noemen. Hij is “van ver gekomen” noem ik het wel eens. Nu gaat het goed met hem. Erg goed zelfs! Inmiddels woont hij volledig bij zijn vader. Een liefdevolle omgeving waarin hij de kans krijgt zich te ontplooien. Waar zijn grote zus en broer, kleine broertje, familie en vrienden een groot netwerk voor hem vormen. Nooit meer zal hij alleen komen te staan.

De overgang van jeugdzorg Noord-Holland naar jeugdzorg in Amsterdam heeft de situatie 180 graden doen keren. Thuis gaat het goed met hem. De laatste twee jaar op de lagere school heeft hij “met vrucht doorlopen”. Nu volgt hij zelfs VMBO-T/Havo, waardoor hij na tien jaar ellende nu zicht heeft op een mooie toekomst. Zijn moeder wil hij niet meer zien. Jeugdzorg heeft alles geprobeerd om de omgang te waarborgen, maar moeder werkte aan niets mee. Erger zelfs ze bleef hem beschadigen in de enkele uren dat ze hem wel mocht zien. Nu is besloten dat zij hem niet meer mag zien. Zijn veiligheid is daar niet te garanderen. Eindelijk worden er geen risico’s meer genomen. Hij is veilig…

Dit blog is een onderdeel van een boek waarin de ervaringen worden beschreven van een vader die machteloos heeft moeten toezien hoe Bureau Jeugdzorg Noord Holland en haar medewerkers zijn zoon bewust heeft blootstelt aan traumatiserende gedragingen van een moeder. Hoe gezinsvoogden het belang van vooral moeders boven het belang van kinderen blijft stellen. Zlefs vandaag de dag nog werken dezelfde incompetente medewerkers bij deze organisatie. Een organisatie die nog beter vandaag dan morgen opgeheven kan worden omdat dit orgaan van de Nederlands jeugdzorg in de provincie ziek is. Ongeneselijk ziek! Vele Noord-Hollandse kinderen zijn dagelijks de dupe van niet functionerende leidinggevenden die incompetente gezinsvoogden hun gang laten gaan. Hoe dit ooit kan veranderen in Noord-Holland?

Gewoon Bureau Jeugdzorg Noord Holland per direct opheffen en overdragen aan mensen die een verlengstuk zijn van Bureau Jeugdzorg en Agglomeratie Amsterdam of anders overdragen aan een particulier landelijk werkende organisatie welke het klappen van de zweep erg goed kennen!

In memoriam Ruben & Julian…

Geplaatst op: 20 mei 2013 door De Reporter in Geen categorie

COTHEN – 20 mei 2013 – Zij zijn niet meer… Alle gebeden hebben niet geholpen om deze twee jonge kinderen veilig en wel terug te brengen. Na een intensieve zoektocht waarbij alle middelen zijn ingezet, zijn de jongens gevonden. Nederland is in rouw gedompeld, maar vooral de familie van de jongens… Hen wens ik vooral alle kracht om dit verschrikkelijke verlies te verwerken… Ben zelf sprakeloos…

Deze film is gemaakt door Countrykoos.

Evert vraagt…

Geplaatst op: 28 oktober 2012 door De Reporter in Algemeen, Dossiers, Verhalen

[28 oktober 2012 om 8:37 pm]

Evert zegt:

Ik ben op zoek naar mensen die met mij een Stichting willen opzetten tegen deze Maffia praktijken die ze nu ongehinderd kunnen uitvoeren , er moet op welke manier dan ook wat ondernomen worden . Een stichting of actiegroep die met zelfde maffia praktijken deze criminelen aanpakt. Dus voelt u zich geroepen dan hoor ik het graag.

Reactie: Beste Evert, wij hebben jouw vraag als bericht gepost omdat wij van mening zijn dat jouw bericht en zeker het verhaal erachter (lees: reactie op Blog ‘De Macht en Onmacht’, zeker de aandacht verdient. Zonder vanuit Onmacht een standpunt in te nemen, omdat wij het dossier niet persoonlijk kennen, willen wij juist wel dat dergelijke verhalen boven water komen.

Krachtenbundeling: De structurele fouten die er bij Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming worden gemaakt, hebben zo’n extreme impact en traumatisering op kinderen dat wij hier extra aandacht aan willen besteden. Wij zijn echter ook van mening dat er al veel te veel individuele stichtingen, actiegroepen etc. zijn. Het is in onze ogen beter om nu eens de krachten van al die ouders, die benadeeld worden door een jeugdzorginstelling, te bundelen. Een van de reeds bestaande stichtingen kan hier perfect de fundering voor vormen.

Bewustzijn: Het geldt voor zowel vaders als moeders! Weet dat onmin en negativiteit aan beide zijden gebeurd… De enige die echt de pineut zijn, zijn de kinderen!

Doelstelling: Doel moet zijn om het bewustzijn bij politiek, jeugdzorg, justitie, maar ook scholen en huisartsen, voor eens en voor altijd en blijvend wakker te schudden. Waarom kinderen standaard bij een moeder moeten opgroeien is voor ons nog steeds een vraag. Waar zijn de rechten van het kind om te worden beschermd? Om de opvoeding te krijgen die het kind verdient? Om de kans te krijgen op te groeien met, indien mogelijk, een relationele band met beide ouders?

Uitnodiging: Wij nodigen iedereen uit om op dit bericht te reageren! Heeft u een stichting of actiegroep, wenst u ook te streven naar verbetering van jeugdzorg in Nederland voor al die kinderen? Denkt u nu ook aan de komende feestdagen en hoe het nu weer in goede harmonie geregeld moet worden voor uw zoon of dochter? Start dan nu met nadenken om de krachten te bundelen. Hoe meer zaken in de openbaarheid komen, hoe beter! Hoe meer kinderen een eerlijke kans gaan krijgen…

Eigen verantwoordelijkheid: Wij willen er ook op wijzen dat wij slechts het platform beschikbaar stellen om ‘onmacht’ boven water te krijgen. De verhalen en inzendingen worden door ons niet geredigeerd, gecensureerd of anderszins aangepast. Onder ‘vrijheid van meningsuiting’ heeft iedere Nederlandse staatsburger het recht om zijn of haar mening te uiten. Derhalve is iedereen ook verantwoordelijk voor zijn of haar inzending. Wees bewust dat iedere inzending ook de waarheid is van de inzender, maar niet altijd een compleet of geheel beeld kan zijn. Daarvoor zijn de achtergronden meestal te complex.

Tip: Wilt u ook uw verhaal delen? Anoniem of met naam? Wees dan altijd bewust dat er geen relatie naar uw kind gelegd kan worden. Eenmaal op internet is het moeilijk te verwijderen. Schrijf respectvol en laat namen van hulpverleners achterwege of gebruik een synoniem. Weet dat de lezers toch wel begrijpen dat het mis is en vooral geïnteresseerd zijn naar uw eigen verhaal. Om te kunnen helpen, tips te kunnen geven of om er zelf van te leren. En toch… Door ongezouten te schrijven over hetgeen uw kind moet doorstaan, wordt het duidelijk dat de Nederlandse jeugdzorg mislukt is! Er moet spoedig sterk worden gesaneerd om al die kinderen wel goed te kunnen helpen en niet in de toekomst te kampen te krijgen met allerlei sterk getraumatiseerde volwassen…

Het kind staat centraal! (Deel 3)

Geplaatst op: 24 oktober 2012 door De Reporter in Algemeen, Dossiers

ALKMAAR – Het is al een lange tijd terug dat ik een blog heb geschreven hier op onmacht. De ontwikkelingen waren van dien aard dat ik het even prettiger vond om focus te houden. Desalniettemin heb ik wel de nodige offline aantekeningen bijgehouden om te kunnen schrijven over de ontwikkelingen in de jeugdzorg. Soms moet je duidelijke keuzes maken. Dat heb ik de afgelopen maanden gedaan. Het heeft mij wel het inzicht gegeven dat er veel meer behoefte is naar informatie. Lees meer…

De rapen zijn gaar! Geldverspilling wordt nu aangepakt! Politiek in actie!

Geplaatst op: 19 december 2011 door De Reporter in Geen categorie

Den Haag – De SP is op jacht! Terecht kunnen we zeggen, want uit onderzoek blijkt dat bestuurders in de jeugdhulpverlening zelfs meer verdienen dan een minister. Een op de drie bestuurders geeft het zelfs toe in een onderzoek waar slechts 50% van de bestuurders hebben gereageerd. De beerput van de jeugdhulpverlening wordt geopend! Het stinkt! Hoe is het toch mogelijk dat mensen die pretenderen ‘sociaal gericht te zijn’ eigenlijk slechts sociaal zijn voor de eigen portemonnee! In dienst van een (semi-)overheid en dan meer verdienen dan een minister. Waar is het sociale fatsoen gebleven?

De wereld op z’n kop!
Wanneer de jeugdhulpverlening in Nederland optimaal had gefunctioneerd dan hadden deze mensen niet opgevallen. Nu de besparingen op alle gebieden noodzakelijk zijn, stelt men in de politiek dat zijn verwachten dat deze bestuurders vrijwillig gaan inleveren! Het lijkt wel een sprookje. Je hebt er jarenlang een troep van gemaakt, de gehele jeugdhulpverlening van bovenaf later verslonzen en nu mag je zelf kiezen of je daarvoor een astronomisch salaris mag blijven ontvangen. Het is de wereld op z’n kop. De oplossing is om een bestuurder uit het bedrijfsleven aan te stellen die eens flink gaat snijden in de managementlagen van de jeugdhulpverlening. Waarom is de overhead op de jeugdhulpverlening zo groot? Waarom zijn er zoveel verschillende overheidsorganisaties die zich bezighouden met jeugdhulpverlening? Wat kost al dat extra coördineren ons als burger? Wat brengt het concreet op aan het voorkomen van problemen in de jeugdhulpverlening?

Privacy wordt misbruikt als excuus!
De geheimhouding die door veelal het management van de jeugdhulpverleningsinstanties wordt uitgesproken en hard in de organisatie wordt doorgedrukt, wordt tevens gebruikt om zaken te camoufleren. Op de werkvloer is geld, tijd en man/vrouwkracht tekort om kinderen goed te kunnen helpen. Dossiers duren té lang en worden vaak door laks handelen complex gemaakt. Ouders en kinderen zijn de dupe door rigide regels en wetgeving. Verkeerde interpretatie en toepassing geven bestuurders de mogelijkheid om veel te lang op hun stoel te blijven zitten. Een van de oplossingen is om ambtstermijnen in te voeren in de jeugdhulpverlening. Bestuurders mogen slechts maximaal twee termijn dienen op een post. Een termijn mag slechts drie jaar duren en wordt niet automatisch verlengd. Slechts op basis van bewezen resultaten kan iemand een tweede termijn verdienen. Zo moet het ook mogelijk worden om ‘tevredenheid’ te gaan meten over deze bestuurders.

Het salaris wordt tenslotte betaald door de burger, dus mag de burger ook meebeslissen over de geboekte resultaten. Géén misbruik van privacy, maar openheid en transparantie! De burger moet zelf het recht krijgen om mee te beslissen of de zorg op de juiste wijze wordt ingekocht en of degene die daar leiding aan moet geven voldoet aan vooraf gestelde eisen. Resultaten niet gehaald? Dan zonder gouden handdruk vertrekken. Het graaien in de door de burger betaalde zorg moet nu eens een halt toegeroepen worden!

Hulpverlening voor kinderen moet prioriteit hebben!
Het verspillen van geld aan duurbetaalde bestuurders moet ophouden! Het geld wat de overheid beschikbaar stelt om kinderen in moeilijke situaties te helpen, wordt zonder enige vorm van schaamte geconsumeerd door bestuurders. Het is goed dat daar nu volledige focus voor is, want de burger ergert zich al jaren aan de problemen in de jeugdhulpverlening. De tijd is nu daar om tot rigoureuze wijzigingen over te gaan. De bezem door de grote diversiteit van jeugdhulpverleningsinstanties. Weg met alle overtollige overlegstructuren en eigen belangen van instanties voor bestaansrecht. Kwaliteit van jeugdzorg moet verbeteren, geld moet beter worden benut en totale openheid in financiën, beleid en bestuur. Het kind moet weer de kans krijgen om op te groeien in een land waar normen en waarden op een acceptabel niveau zijn. De ouders moeten worden ondersteund met de opvoeding daar waar het nodig is, maar ook worden aangesproken als zij zich niet conformeren aan maatschappelijke normen en waarden. Ja, een steviger beleid moet worden doorgevoerd, echter wel door mensen die het hart op de juiste plaats hebben, die niet in de jeugdhulpverlening werken om geld te graaien over de rug van het kind!

Bronnen:

SP-onderzoek naar de beloning van jeugdzorgbestuurders
Bestuurder jeugdzorg verdient 4,4 keer zoveel als hulpverlener

Standpunten Politieke Partijen

VVD – Jeugdzorg
CDA – Jeugdbeleid
PVV – Geen duidelijk standpunt gepubliceerd
SP – Bescherm wat kwetsbaar is
D66 – Het kind centraal
GroenLinks – Jeugdzorg
PvdA – Jeugdzorg
ChristenUnie – Jeugdzorg
SGP – Jeugd en Gezin
PvdD – Aangenamere samenleving

Decembermaand, niet voor iedereen een moment van warmte…

Geplaatst op: 11 december 2011 door De Reporter in Algemeen, Dossiers

AMSTERDAM – Het was kort na 11:00 uur op zaterdag 10 december dat ik op het informatiebord boven de weg de tekst zag verschijnen van een ‘Amber Alert’. In eerste instantie stokte mijn adem kort. Het zou toch niet waar zijn? Weer een kind in de problemen? Ik zette mijn auto aan de kant en keek via ‘Amber Alert’ en Twitter wat er precies aan de hand was. Na het lezen van het ‘Amber Alert’ (http://www.amberalertnederland.nl) heb ik deze via mijn digitale netwerk verder verspreid. Daarna de weg vervolgd naar mijn zoontje die bij zijn moeder woont. We hadden afgesproken om samen te brunchen omdat ik ’s middag met de jongens naar een binnenspeeltuin zou gaan. Het kan namelijk ook echt anders als je niet meer met elkaar leeft.

In berichtgeving van ‘Blik op Nieuws’ stond letterlijk:[QUOTE] Volgens de moeder, die uiteraard zeer ongerust is, bestaat er geen direct gevaar voor het welzijn van het kind. De vader is volgens haar niet gewelddadig naar het kind toe en zij verwacht dat de verzorging van zijn kant goed zal zijn.[UNQUOTE]. Ik vroeg mij dan ook ernstig af waarom ‘Amber Alert’ zo breedschalig werd ingezet in dit specifieke geval! Gelukkig kwam al snel die dag het bericht dat het meisje van 4 jaar terecht was. Zondagochtend las ik mijn timeline op Twitter door over wat er zich precies had afgespeeld de dag ervoor. Via ‘Amber Alert’ kwam ik op Hyves terecht bij de berichtgeving over het vermiste meisje. De schrik sloeg mij om het hart toen ik las wat er allemaal over de vermissing werd geschreven. De reacties waren echt schrikbarend! ‘Geef hem de strop’, ‘gooi hem in de gevangenis’ en meer van dergelijke uitingen tekenenden de lijn van reacties. Té schandalig voor woorden!

Helaas leef ook ik gescheiden van mijn kinderen, maar probeer ik samen met de andere ouder wel een gulden middenweg te vinden in het belang van onze kinderen. Flexibiliteit, open communicatie en respect voor elkaar zijn wel nodig om dit mogelijk te maken. Mijn situatie kent nog wel een extra complicerende factor van een andere gebroken relatie wat heel veel energie kost, maar ook daarin staat maar één belang voorop en dat is onze zoon. Kortom ervaring te over om een duidelijk standpunt te mogen hebben over situaties waar kinderen in kunnen verkeren na een breuk van een relatie. Een ervaring waar je uiteraard liever verschoont van blijft, maar soms is een andere oplossing dan scheiding niet mogelijk. Daarover heb ik dan ook geen mening. Wel over hoe je daarna omgaat met de kinderen.

Soms komen volwassenen er helaas te laat achter dat leven samen niet meer de weg van de toekomst is. Zij kiezen er dan voor om niet meer als partners door het leven te gaan. Wanneer dit echter door de één wel wordt geaccepteerd, maar de ander niet dan zijn de rapen gaar. De emotie neemt dat de overhand waardoor dialoog niet meer mogelijk blijkt te zijn. Vindt dit plaats tussen volwassenen zonder kinderen dan is het eenvoudig. Het contact wordt verbroken en ieder gaat zijns of haars weg. De complexiteit komt naar voren als er kinderen in de relatie zijn ontstaan. Dan is dialoog noodzakelijk! Wat namelijk niet te beeindigen is, is het ouderschap. Je bent en blijft ten allertijde ouder. De emotie die tussen volwassenen plaats vindt, zorgt er dan vaak voor dat dialoog over het kind of de kinderen niet mogelijk is. Triest, want degene die de dupe zijn, is het kind of de kinderen.

Gelukkig zijn er veel kinderen die ouders hebben die het wel goed regelen. Die de persoonlijke emotie een plek weten te geven en omwille van de kinderen een weg zoeken en vinden om te zorgen dat de kinderen kunnen opgroeien met de liefde en energie van beide ouders in hun leven. Daar gaat dit blog echter helaas niet over. Het is december 2011, de economische crisis zit in een flinke Europese impasse, regeringen worden gedwongen om noemenswaardige besparingen door te voeren en de werkeloosheid zit in een stijgende lijn. Geen factoren die voor rust zorgen in gezinnen. Financiele problemen zijn één van de grootste factoren die zorgen voor scheidingen. Er is dus nog wel het een en ander te verwachten qua relatiebreuken in de komende maanden. Reden te meer om focus te hebben op het algehele belang van kinderen in Nederland. Zij vormen de toekomst! Zij zijn degene die ons land weer naar een hoger niveau moeten gaan brengen. Nu investeren in het welzijn van kinderen is dus cruciaal voor Nederland.

Wat beslist echter ons huidig kabinet? Allerlei besparingen op onderwijs, jeugdzorg en meer beperkende maatregelen die zorgen dat de problemen groter worden in plaats van afnemen. Hiermee wil ik niet zeggen dat er niets gedaan wordt, maar wel dat er ook andere maatregelen mogelijk zijn m.b.t. financiele middelen in relatie tot kinderen. Nu niet investeren zorgt voor nog meer problemen in de toekomst en met name in de zorg voor kinderen.

Gelijke rechten betekent ook gelijke plichten
In de grondwet van Nederland en het Europese Verdrag voor de Rechten van het Kind staan de kaders van hoe om te gaan met het belang van kinderen uitgebreid beschreven. Wat er echter gebeurd is in de afgelopen 66 jaar is dat de jeugdzorg, de Rechtelijke Macht en de overheid ad hoc ingegaan zijn op incidenten waardoor er de nodige jurisprudentie is ontstaan. Ook zijn er reparatiewetten (AMVB’s etc.) ontstaan die ervoor moeten zorgen dat kinderen veilig en vertrouwd kunnen opgroeien. De wirwar van wetgeving en jurisprudenties en de linkse mening dat een kind altijd bij zijn moeder de beste plaats heeft, zorgen voor grote doch vaak onnodige problemen. De emancipatie is maar één kant opgegaan. De positie van de vader als zorgouder heeft niet de groei doorgemaakt die past bij de ontwikkeling van de emancipatie op andere gebieden. Vele vaders kunnen perfect zorgen voor hun kroost. Net zoals vele moeders dat kunnen. De tijd is nu aanwezig om daar meer aandacht aan te geven. De machtspositie van moeders in de wetgeving, wordt zelfs door sommige moeders als onterecht bestempeld. Vooral moeders die wel het bewustzijn hebben dat het belang van het kind vooropstaat en daarom met de vader goede afspraken maken, vinden dat het anders moet. Het “loslaten van je kind” is moeilijk. Maar ook zonder scheiding komt er ene moment dat je je kind moet gaan loslaten. Hoe kunnen wij gezamenlijk de situatie zo veranderen dat het belang van de kinderen ten allertijde prefeleert boven de individuele belangen van een der ouders?

Wat moet er gebeuren?
Het begint in mijn ogen bij het bewustzijn van de beide ouders. Uit elkaar gaan moet mogelijk zijn, maar besef dat je als ouders altijd de verantwoordelijkheid blijft houden om te zorgen dat je kind een positief contact kan opbouwen en onderhouden met de andere ouder. Het ouderplan wat ooit in het leven is geroepen moet dit bewustzijn stimuleren, maar kan niet de gedachtegang van de ouders bepalen. Zij moeten dit zelf doen en nog meer uitvoeren! In mijn blog ‘De vijf pijlers van de maatschappij’ schrijf ik expliciet over wat van iemand verwacht mag worden t.a.v. kinderen.

De regering breekt regelmatig haar hoofd over deze onderwerpen. Helaas altijd ingegeven door vraagstellingen in de Tweede Kamer n.a.v. een situatie welke aandacht krijgt in de pers. Fout! Fout! Fout! Het is ad hoc politiek en zorgt niet voor een constructieve opbouw van wetgeving. Het zorgt voor oneigenlijke reparatiewetjes, vertekende beeldvorming bij de Rechtelijke Macht en Jeugdzorg en krijgt een weerslag op lopende dossiers. Het is een maaatschappelijk probleem wat om constructief dialoog vraagt. De wetgeving rondom het ‘kind’ in onze samenleving moet noemenswaardig worden aangepast. De wet is gedateerd! Niet aangepast naar de hedendaagse tijd en kan bestempeld worden als ‘na-oorlogs’. Zo ook de mening en uitvoering van vele mensen actief in de Rechtelijke Macht en de Jeugdzorg. Een moeder is niet meer standaard de juiste partij, maar is één van de twee ouders die het kind een basis kan geven, echter niet zonder ook de positieve energie van de vader. Het uitgangspunt van ‘Moeder is de zwakke partij’ moet echt eens van tafel. Er moet veel meer dan nu gebeurd, uit het oogpunt van het kind worden gekeken. Ouders (dus vaders en moeders) die niet in het belang van het kind handelen moeten hierop kunnen worden aangesproken.

Kom ik nu alleen op voor vaders? Nee!
Het gaat op vele fronten mis! Daarom pleit ik niet alleen dat vaders meer positie krijgen in de wetgeving, maar dat er op een geheel andere wijze moet worden aangekeken tegen de problematiek rondom kinderen bij een scheiding. Helaas is het zo dat ons rechtstelsel de mogelijkheid geeft om maar te blijven procederen met een ‘vrijstelling van kosten’. Hierdoor worden negatieve situaties in stand gehouden. Er is geen dwang om tot een oplossing te komen via een andere weg, want je blijft gewoon naar een advocaat stappen. Telkens worden de kosten door de overheid (lees: belastingbetaler) vergoed. Dit levert de advocatuur miljoenen op per jaar en kost de overheid miljoenen extra aan onnodige rechtszaken, belasting op het Openbaar Ministerie, opsporingsgelden vanwege valse aangiften etc. Hier komen we op de economische effecten van verkeerde effecten in de wetgeving over ‘hoe om te gaan met kinderen’. Valt er te besparen? Zijn gezinsproblematieken anders op te lossen? Is het mogelijk om ouders méér verantwoordelijkheid te geven om tot oplossingen te komen? Is het mogelijk om het kind een betere positie te geven in onze samenleving?

Volmondig zeg ik:”Ja!”. En vele mensen zeggen ‘Ja’ met mij. Alleen is het oto op heden nog steeds niet goed gelukt om de politiek zodanig in beweging te krijgen dat er niet op incidenten moet worden gereageerd, maar dat er nu eindelijk eens structureel moet worden gewerkt aan oplossingen. Waardoor het neveneffect is dat vrijgekomen gelden nu eindelijk echt eens kunnen worden benut voor die zaken die noodzakelijkerwijs ‘van buitenaf’ hulp nodig hebben.

Komen we terug bij de essentie van dit blog. Kinderen verdienen het om te mogen opgroeien in een veilige en vertrouwde omgeving. Contact te mogen hebben met beide ouders, familie en vrienden. De hulp te krijgen in de opvoeding om te ontwikkelen tot bewuste liefhebbende volwassenen met het juiste zelfvertrouwen en educatie. Wie gaat hier in de politiek de verantwoordelijkheid voor nemen? Wie gaat in het onderwijs de verantwoordelijkheid nemen? Wie gaat als ouder zijn of haar handelen eens goed overdenken? Kortom:”Hoeveel kinderen mogen komende feestdagen onverwachts ineens wel naar de andere ouder, terwijl dit nu niet in de planning ligt?”

Wanneer één kind meer dan nu de kans krijgt om bij zijn vader of moeder te zijn komende Kerst dan is de boodschap van mijn blog overgekomen…

Dank jullie wel voor het lezen. Schroom vooral niet om te reageren, jouw mening achter te laten en te helpen dit dialoog een zodanige omvang te laten krijgen dat iedereen, maar vooral de politiek, aandacht krijgt voor structurele oplossingen…

Hele warme liefdevolle feestdagen…
Een liefhebbende ouder

Bronnen:
‘Amber Alert’
Amber Alert Nederland op Hyves
Blik op Nieuws – Melding van de 4-jarige Roshayra
David Horsey (cartoon)
Russell Macaulaywang (cartoon)
Jefferson Parish (cartoon)
Marlendy (Christmas Card)

Besparingen op Jeugdzorg zijn noodzakelijk!

Geplaatst op: 26 juli 2011 door De Reporter in Geen categorie

DEN HAAG – De stap voor besparingen op de jeugdzorg is door het huidige kabinet ingezet. De algemene opinie vindt het onbegrijpelijk, maar het is echt nodig. Klaarblijkelijk is de jeugdzorg zelf niet in staat om te komen tot oplossingen en verbeteren van de situatie. In dit blog schrijf ik mijn mening over ‘waarom besparing op jeugdzorg noodzakelijk is’. Ongetwijfeld zijn er genoeg mensen in de samenleving het niet eens met mij. Gelukkig leven we in een wereld waarin we op een gezonde wijze een eigen mening mogen hebben. En ook nog eens de mogelijkheid hebben om deze openlijk te ventileren. Mijn ervaringen met instellingen in de jeugdzorg strekt zich uit over een periode van ruim 10 jaar. Deze ervaringen vormen de motivatie om dit blog te schrijven. De hoofdlijn is: “Je kunt de wereld alleen veranderen als je ook wil hebt om te veranderen…

Uitgangspunt
De oorsprong van de jeugdzorg gaat al eeuwen terug. Als uitgangspunt van dit blog ga ik echter ‘slechts‘ terug tot 20 november 1989. Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is ‘Het verdrag inzake de Rechten van het Kind‘ aangenomen onder de noemer ‘Kinderen eerst!’. Via Hyperlinks kunt u rechtstreeks bij het Handvest komen, zodat u kennis kunt nemen van de officiële en samenvatting, inclusief twee facultatieve protocollen.

Probleemstelling
De zorg voor jeugd is niet goed in Nederland! De vele familiedrama’s, waar in veel gevallen jeugdzorginstellingen al in meer of mindere mate betrokken blijken te zijn, wijzen op een nijpende situatie. Het is telkens wachten op weer een nieuwe situatie om de ogen te openen van ons allen. We roepen dan massaal ‘Dit kan toch niet waar zijn! Laat de politiek hier in actie komen…‘. Er worden dan Kamervragen gesteld, hier en daar schrijft de pers over het onderwerp en stille tochten worden gelopen. Na enkele maanden is het weer stil en gaat men over tot de orde van de dag. De echte problemen worden niet opgelost, omdat het slechts bij ‘praten over‘ blijft! Hier zit het probleem ook in. In de voorgaande (linkse) kabinetten is er veel gesproken… en gesproken… en gesproken… maar bleven daadwerkelijke acties achterwege. Met als resultaat vele kinderen die ‘Kind van de Rekening zijn… en blijven!

Vaststellingen van problemen
De instellingen welke vanuit overheidswege en wetgeving verantwoordelijk zijn voor de ‘Zorg voor Jeugd‘ blijven ‘slechts praten’. Actie blijft achterwege, want niemand wil zijn handen branden aan ‘precaire zaken‘. Daarnaast is het ook nog eens zo dat je met ‘het kalkoen over de Kerst‘ praat zoals dat wordt genoemd. De instellingen moeten zelf met plannen komen, maar dat betekent dat er ingegrepen moet worden. De gedachtegang over ‘hoe kan ik jeugdigen in moeilijke situaties helpen’ is totaal verdwenen en heeft plaats gemaakt voor ‘hoe kunnen wij onszelf in standhouden, want anders ben ik straks mijn baan kwijt!‘. Wie de instellingen wilt leren begrijpen moet de geldstroom volgen is één van de belangrijkste stelregel bij het in gang zetten van veranderingen in een organisatie. De overheid heeft een serieus budget beschikbaar om de jeugdproblematiek aan te pakken, maar dit verwatert in de cultuur van ‘praten over’ in plaats van ‘werken met’ kinderen en de de achterban.

De verdeling van verantwoordelijkheden over de Raad van de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, Advies- & Meldpunt Kindermishandeling en Centra voor Jeugd en Gezin zijn de bekendste, maar schrik niet, er zijn er meer dan 500 instellingen en vestigingen in Nederland alleen al die in meer of mindere mate betrokken zijn bij de ‘Zorg voor Jeugd’. Je kunt door de bomen het bos niet meer zien. Al deze organisaties houden zich bezig met plannen, protocollen, plannen, protocollen, plannen…

Het is conform het Handvest een taak van de overheid om ‘regie’ te nemen in situaties waar het belang, het welzijn, de veiligheid, de vrijheid van het kind in het gedrang is. Hier stuiten we op de essentiële problemen binnen de jeugdzorg! De wetgever heeft duidelijke regels beschikbaar om de belangen van het kind in de breedste zin van het woord te behartigen. De rechtelijke macht heeft de middelen voor handen om, in die gevallen waar het nodig is, in te grijpen in de situatie. De jeugdzorginstellingen beschikken over de mogelijkheden om de wetgeving, de rechtelijke beslissingen en noodzakelijke acties te nemen.

“Wat is dan het probleem?” kunt u zich afvragen. Er zijn verschillende facetten die voorkomen dat de hulp daadwerkelijk bij en voor de kinderen plaats vindt. Het is een ‘vicieuze cirkel van onverantwoordelijk optreden’ door alle instellingen betrokken bij de jeugdzorg waardoor dit wordt veroorzaakt. De start van de hulpverlening begint bij de wetgeving. Wanneer iedereen start met het begrijpen van de wetgeving dan is stap één gezet.

De Wetgeving & Verdragen
Ter informatie verstrekt ik u hier enkele belangrijke elementen uit het ‘Verdrag inzake de Rechten van het Kind’ van 20 november 1989 aangenomen door de Verenigde Naties. In mijn ogen geldt dit als startpunt van de cirkel en geeft het een duidelijk kader waarbinnen de ‘Zorg voor het Kind’ moet plaatsvinden. U kunt de officiële tekst nalezen via www.onmacht.nl.

1. Definitie van ‘kind’ – Als kind wordt aangemerkt iedere persoon jonger dan achttien jaar, tenzij de nationale wetgeving de meerderjarigheidsgrens lager stelt.

2. Bescherming tegen discriminatie – Alle rechten gelden voor alle kinderen, zonder enige uitzondering. De Staat is verplicht kinderen te beschermen tegen elke vorm van discriminatie en dient zich actief in te zetten voor de bevordering van de rechten van kinderen.

3. Belangen van het kind – Bij alle maatregelen die kinderen betreffen dient het belang van het kind voorop te staan. Wanneer de ouders van het kind, of anderen die verantwoordelijk zijn, hun verplichtingen niet nakomen, zal de Staat het kind voorzien van de nodige zorg.

4. Realiseren van de rechten – De Staat moet alles in het werk stellen om de rechten zoals deze zijn vastgelegd in het Verdrag, te verwezenlijken.

5. De rol van ouders bij de begeleiding en ontwikkeling van het kind – De Staat dient de rechten en verantwoordelijkheden van de ouders en familie te eerbiedigen ten aanzien van de begeleiding van het kind bij de uitoefening door het kind van de rechten uit het Verdrag.

6. Overleven en ontwikkeling – Elk kind heeft het inherente recht op leven. De Staat is verplicht te zorgen voor het overleven en de ontwikkeling van het kind.

7. Naam en nationaliteit – Elk kind heeft vanaf zijn geboorte recht op een naam. Ook heeft ieder kind het recht een nationaliteit te verwerven en, voorzover dat mogelijk is, het recht te weten wie zijn ouders zijn en door hen te worden verzorgd.

8. Eerbiediging van de identiteit – De Staat is verplicht de identiteit van het kind te beschermen en, indien nodig, de voornaamste aspecten van deze identiteit te herstellen, zoals naam, nationaliteit en familiebanden.

9. Scheiding van het kind van de ouders – Elk kind heeft het recht bij zijn ouders op te groeien en om met beide ouders contact te houden wanneer het van een of van beiden gescheiden leeft, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind.

10. Gezinshereniging – Kinderen en ouders hebben het recht, in het kader van gezinshereniging of voor het onderhouden van de ouder-kind relatie, vanuit ieder land terug te keren naar hun eigen land.

11. Ontvoeren en vasthouden van kinderen – De Staat is verplicht om het ontvoeren van kinderen naar het buitenland of het aldaar vasthouden van kinderen door een van de ouders of door een derde, te voorkomen en tegen te gaan.

12. De mening van het kind – Ieder kind heeft het recht zijn mening vrijelijk te uiten in aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang moet worden gehecht.

13. Vrijheid van meningsuiting – Elk kind heeft het recht, zowel binnen als buiten de landsgrenzen, zijn mening te uiten, informatie te verkrijgen of te verschaffen en denkbeelden door te geven.

14. Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst – De Staat eerbiedigt het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, en de rechten en plichten van de ouders om het kind hierbij te begeleiden.

15. Vrijheid van vereniging en vergadering – Kinderen hebben het recht om samen te komen, om lid te worden van verenigingen en verenigingen op te richten.

16. Bescherming van privacy – Kinderen hebben recht op bescherming tegen inmenging in hun privéleven, gezinsleven, woning en correspondentie.Ook hebben zij recht op bescherming tegen elke vorm van laster.

17. Toegang tot informatie – De Staat dient er voor te zorgen dat kinderen toegang hebben tot informatie en materiaal afkomstig uit een verscheidenheid aan bronnen. Daarbij zal de Staat de massamedia stimuleren informatie te verspreiden van sociaal en cultureel nut voor het kind en zal de Staat de benodigde maatregelen treffen om het kind te beschermen tegen informatie en materiaal die schadelijk voor het kind zijn.

18. Ouderlijke verantwoordelijkheden – De ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen. Zij zullen hierbij worden bijgestaan door de Staat. De Staat zal ouders op een passende wijze bijstand verlenen bij het opvoeden van hun kinderen.

19. Bescherming tegen misbruik en verwaarlozing – De Staat zal het kind beschermen tegen elke vorm van mishandeling door ouders of door een derde die de zorg over het kind heeft. Ook zal de Staat doelgerichte sociale programma’s opzetten om misbruik te voorkomen en om hulp te bieden aan slachtoffers.

20. Bescherming van kinderen zonder gezin – De Staat is verplicht extra bescherming te bieden aan kinderen die niet in hun eigen gezin kunnen verblijven en zorgt in dergelijke gevallen voor een geschikt alternatief, zoals plaatsing in een pleeggezin of in een instelling voor kinderzorg. Bij de keuze van de meest geschikte oplossing, zal rekening worden gehouden met de culturele achtergrond van het kind.

De Rechtelijke Macht
Nu de uitgangspunten vanuit de wetgever glashelder zijn, kunnen we naar de volgende stap in de procescirkel. Het Nederlands Recht en de Europese Verdragen vormen de basis voor het doen van uitspraken door de rechterlijke macht. Het is de zelfstandige macht in het Huis van Thorbecke. Zij moet toezien op het op de juiste manier toepassen van de wetgeving. Echter daar waar het om ‘kinderen’ gaat is de rechtelijke macht dé instelling die moet zorgen dat precaire situaties zeer zuiver, adequaat en altijd in het belang van het kind worden opgelost. Zij verschaffen op basis van de wetgeving dé kaders voor alle instellingen in de jeugdzorg om het werk daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Concreet betekent het dat zij zich optimaal moeten laten informeren over de situatie waarover een uitspraak noodzakelijk is. De verdeeldheid aan en diversiteit van informatie zorgt echter juist voor problemen. Het komt met regelmaat voor dat een rechter onnodig lang een zaak aanhoudt om allerlei extra onderzoeken te laten doen, terwijl een uitspraak, hetzij onder te stellen voorwaarden, meer passend zou zijn. Het niet doen van een uitspraak zorgt voor méér problemen, onzekerheden en risico’s dan stelling nemen in een precaire situatie. Te vaak leidt het uitstellen van een zaak voor wéér een onderzoek tot verregaande problemen in de privésituatie van het betreffende kind.

Naast het ‘niet beslissen’, wat op zich al kwalijk genoeg is, worden er ook hele vreemde beslissingen genomen. Een in de kern gelijkwaardige zaak in Groningen kan een totaal ander resultaat opleveren als in de Randstad. Dit heeft te maken met het referentiekader van de betreffende rechter. Ook hier is duidelijk de invloed aanwezig van ‘we gaan er nog maar eens over praten met elkaar’, maar wordt vergeten om één regisseur aan te wijzen. En als er wel een regisseur wordt aangewezen dan wordt verzuimd om de juiste middelen te verstrekken. In mijn ogen uit een bepaalde angst om ‘de verkeerde beslissing’ te nemen. Als het dan komt tot een negatieve situatie zoals een familiedrama dan is ‘mijn bureau tenminste schoon!’, kan dan worden gesteld.

De instellingen actief in jeugdzorg
Het zal u niet verbazen als ik in dit blog aangeeft dat het niet aan één instelling ligt dat het volledig misgaat in de jeugdzorg. Het is in, zeker bij complexe zaken, nooit aan één oorzaak te wijten dat de gevolgen van grote omvang zijn. Niemand, ik herhaal, Niemand vanuit officiële instellingen durft daadwerkelijk regie te nemen in zaken daar waar het nodig is. De vele zaken welke ik onder ogen heb gehad laten allemaal hetzelfde zien. Er zijn legio instellingen, van de Raad van de Kinderbescherming tot GGZ van Centra voor Jeugd en Gezin tot Advies en Meldpunt Kindermishandeling, betrokken bij jeugdzaken. In die gevallen waar een Onder Toezicht Stelling (OTS) van kracht is, is het vaak wel helder wie de verantwoordelijkheid draagt. Dat is de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg.

Echter in die gevallen waar nog ‘slechts’ sprake is van ‘gezinsproblematiek’ ontbreekt veelal de gezinsvoogd. Voor beide situaties geldt wel dat er actie noodzakelijk is, want op een of ander manier is ‘het belang van het kind’ in het gedrag. Aangezien problematiek rondom ‘jeugdzorg’ een niet eenvoudige zaak is doordat vele instellingen zich ermee bemoeien, durft niemand de regie te nemen. En als iemand de regie al neemt dan werken de instellingen elkaar om verschillende redenen tegen. Het lijkt er dan ook sterk op dat niet het kind centraal staat, maar het bestaand van de betrokken instellingen.

Het bestaansrecht van de grote diversiteit van instellingen mag van mij persoonlijk ter discussie worden gesteld. De overheid en de jeugdzorginstellingen heeft duidelijk problemen met het uitvoeren van de regiefunctie. Of dit nu ingegeven is door ‘eigen belangen in de vorm van bestaansrecht’ of ‘angst om op te durven treden’, het zijn de kenmerkende problemen binnen de zorg voor het kind. De instellingen hebben in de afgelopen jaren duidelijk aangetoond niet voornemens te zijn om ‘samen te werken’ om te komen tot oplossingen om ‘minder te praten en meer te doen’. Een harde uitspraak, maar zeker navenant de huidige situatie binnen de jeugdzorg. In mijn conclusie licht ik deze uitspraak nader toe.

De regisseur
In alle situaties is het noodzakelijk dat één instelling, één persoon de regie krijgt over het dossier van het betrokken kind. Degene moet als centraal punt fungeren en alle beschikbare informatie vanuit betrokken instellingen, school, sport, privéomgeving, politie indien van toepassing etc. verzamelen. Hier mag op geen enkele wijze een subjectiviteit zijn in de gedachtegang. Juist het verkrijgen van een objectief beeld over de situatie van en rondom het kind is van het grootste belang. In de praktijk verloopt het echter anders. Rapporten worden slecht geschreven, verwoordingen worden gedraaid en meningen wisselen nog sneller dan de wijzers van de klok. Hierdoor ontstaan er totaal verschillende beelden die niet leiden tot een objectief beeld van de situatie. De functie van de regisseur moeten we niet onderschatten! Het heeft altijd te maken met emotionele zaken. De selectie van zo’n regisseur moet dan ook strikt worden gedaan. Hiervoor moet dan wel eerst een goed profiel worden opgesteld. We hebben het hier niet over een ‘gezinsvoogd’, maar iemand die het dossier centraliseert, de informatie bundelt, rapporten controleert en gezamenlijk met de informatieverstrekkers tot een eenduidig advies komt. Of dit nu is voor de rechtelijke macht of richting ouders en instellingen. Deze regisseur moet het mandaat krijgen vanuit de Rechterlijke Macht om noodzakelijke acties in gang te zetten.

De gezinsvoogd
Het tweede probleem is dat, daar waar OTS van kracht is, een gezinsvoogd is aangesteld als regisseur. Dit is een ongewenste situatie. De gezinsvoogd heeft als doel het optreden als ‘derde ouder’ in het gezin. Het moet een objectieve rol zijn, echter in de praktijk blijkt dit een onmogelijke opgave. Er zijn diverse situaties waarin een gezinsvoogd aangesteld kan worden. Het strekt te ver om alle soorten van situaties te schetsen, dus beperkt ik mij tot één van de meest voorkomende situaties. Het één-oudergezin ontstaan door scheiding. In de volksmond betekent het dat één ouder de zorg voor het kind (of kinderen) krijgt en de andere ouder ‘slechts’ een zorgplicht heeft en een omgangsregeling met het kind (of kinderen) krijgt. We gaan er vanuit dat de ouders zijn gescheiden omdat zij samen de toekomst niet meer kunnen vinden. De emotie wat het met zich meebrengt zorgt voor de problemen. De kinderen worden dan de inzet van de scheiding en zijn direct het kind van de rekening. Wanneer de problemen een dermate omvang hebben dat het welzijn van het kind serieus in het gedrang komt, dan kan de situatie van OTS ontstaan. Een gezinsvoogd moet dan gaan ondersteunen om de situatie voor het kind te stabiliseren en het welzijn van het kind te waarborgen door de thuissituatie met de nodige zorg te omringen en daarmee positief te beïnvloeden.

Objectiviteit is noodzaak!
Bewust heb ik in de afgelopen alinea het woord ‘kind’ veelvuldig gebruikt. Het kind moet centraal staan in de zorgverlening en niet de ouder(s). De ouders hebben de plicht om het welzijn van het kind onvoorwaardelijk te waarborgen. Daar waar zij dit niet kunnen, dient de Staat hen bij te staan. Dit is niet een vrijblijvende hulp als eenmaal een OTS van kracht is. Er worden dan regels opgesteld waaraan de ouders, de gezinsvoogd en alle andere betrokken zich aan dienen te houden puur omwille van het belang van het kind. Dit is niet realiseerbaar voor een gemiddelde gezinsvoogd. Die is, ook emotioneel, vaak te dicht betrokken op de gezinssituatie waarin het kind verblijft. Er ontstaat dan een subjectief beeld omdat je midden in de problematiek staat als gezinsvoogd. Hier is dus een objectief beeld en coördinatie (lees: regie / regisseur) noodzakelijk.

De ouders
In de situatie waar (nog) sprake is van de aanwezigheid van ouders, ligt ook een belangrijke verantwoordelijkheid voor deze ouders. Je kunt je gelijk de vraagstellen: “Waarom nemen zij niet hun verantwoordelijkheid?”, maar daar is geen eenduidig antwoord op te geven. “Als zij het namelijk zelf zouden kunnen dan was de weg naar de jeugdzorg niet nodig”, zou de gemiddelde gezond nadenkende mens zeggen. Er zijn diverse situaties te noemen welke echter een andere praktijk laten zien. Er wordt echter al snel gewezen naar de oorzaak dat ouders strijd hebben. Omwille van de rust voor het kind wordt er dan tijdelijk een verbreking in de omgang met de niet-verzorgende ouder ingelast. Dit druist rechtstreeks in tegen het belang van het kind en hetgeen in het Handvest staat vermeld. Het kind heeft recht op contact met beide ouders. Een verstoorde thuissituatie bij de verzorgende ouder is ook een verantwoordelijkheid van de verzorgende ouder. Wanneer deze ouder hulp nodig heeft dan mag het nimmer leiden tot het verbreken van contact tussen het kind (of kinderen) en de niet-verzorgende ouder. Ongeacht of er een gezagsverhouding is, want de biologische basis geeft genoeg houvast om een wettelijke status voor omgang te hebben. De zorg voor de verzorgende ouder van het kind, dus niet direct voor het kind zelf, moet los worden gezien van de directe zorg voor het kind.

Financiën worden oneigenlijk gebruik!
Als de veelal verzorgende ouder niet wenst mee te werken aan een omgangsregeling of de omgangsregeling frustreert dan moet in het belang van het kind daar hard tegen worden opgetreden. Het is voor een kind (of kinderen) van het grootste belang dat beide ouders op een positieve wijze een serieuze bijdrage moeten kunnen geven aan het welzijn en ontwikkeling van het kind. Instellingen binnen de jeugdzorg verwarren met grote regelmaat het belang van zorgen voor de thuissituatie van het kind (directe zorg aan de verzorgende ouder) en zorg voor het kind (direct t.b.v. het kind). Met deze stelling kunnen we gelijk concluderen dat de kosten voor de jeugdzorg exorbitant belast wordt met kosten voor indirecte zorg. Zorg voor een ouder moet niet komen uit de budgetten voor ‘jeugdzorg’, maar uit andere budgetten. Deze mistige situatie moet zo spoedig mogelijk worden opgeheven. In de conclusie kom ik hierop terug.

Mandatering en Toezicht
Het mandaat van een neutrale regisseur moet, naast de verantwoordelijk voor de inzet van capaciteit van instellingen, zich ook strekken tot het verantwoordelijk zijn voor de financiën van de zorg bij het betreffende gezin. Zo wordt integraal inzichtelijk waar de kosten voor worden ingezet. Er kan dan vanuit de overheid strikt toezicht worden gehouden, door een niet in de jeugdzorg actieve instelling zoals de Rekenkamer of een daartoe uitgeruste organisatie. De toezicht op de zorg, als tweede belangrijke pijler voor de regisseur, kan uit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sociale Zaken plaats vinden. Op deze wijze zijn zowel zorg als financiën onder het juiste toezicht gesteld. En wordt de cirkel rondgemaakt omdat we dan terug zijn bij de overheid.

Conclusie
De overheid moet de geldkraan voor de jeugdzorg dichtdraaien omdat de door de overheid opgerichte instellingen op géén enkele wijze zelfstandig tot vermagering gaan komen tot reductie van de ‘managementlagen’ en overtollige ‘overlegstructuren, praatgroepen en indirecte krachten’. Door nu hardhandig de geldkraan te sluiten worden de zorginstellingen gedwongen om tot reductie te komen. Zij moeten zich gaan verantwoorden!

Het bijzondere is dat de verantwoordelijken binnen deze instellingen de reductie op de werkvloer ‘niet’ doorvoeren. Hierdoor is het kind direct de dupe. Het kan toch niet zo zijn dat er een grotere overhead (inclusief management en indirecte medewerkers) actief is, meer dan 15% van de totale kosten voor daadwerkelijk directe zorg voor het kind. De particuliere instellingen voor zorg laten duidelijk zien dat overheadkosten niet hoger hoeven te zijn om een goede kwaliteit van zorg te kunnen waarborgen. Waarom dan wel door overheid geregelde instellingen?

Door nu de kraan dicht te draaien moeten de overheids- en zorginstellingen wel gaan reduceren. Of dit de juiste weg is? Nee, maar klaarblijkelijk blijven de instellingen van mening dat alle extra indirecte krachten noodzakelijk zijn, terwijl dit miljoenen kost. Geld wat op de werkvloer voor de zorg voor kinderen keihard nodig is. De inrichting van de jeugdzorg in Nederland moet cruciaal veranderen. De overheid moet de beschikbare budgetten centraliseren en dan in gaan zetten voor daadwerkelijk directe zorg aan kinderen en niet om instellingen in stand te houden die het drukker hebben met ‘eigen bestaansrecht’ dan ‘het welzijn van kinderen’.

Tenslotte…
De oplossing is niet van vandaag op morgen te realiseren. De stap naar de oplossing wel! Het groot aantal betrokkenen bij de hulpverlening aan één of meerdere kinderen in één dossier moet zo spoedig mogelijk worden gereduceerd en worden teruggebracht onder één regisseur. Financiën moeten worden gestructureerd in plaats van worden gefragmenteerd. Toezicht op zorg voor kinderen moet wettelijk worden nageleefd. En daar waar nodig moeten de wettelijke kaders door de Rechtelijke Macht worden geëerbiedigd in plaats van zich te verschuilen achter ‘subjectieve rapportage’. Het is de taak van de Rechtelijke Macht om ‘het welzijn van het kind’ te borgen op basis van de geldende wetgeving. Een wetgeving die nu op te veel verschillende manieren wordt uitgelegd, terwijl het klip en klaar in ‘Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind’ is beschreven! Té vaak wordt de (verzorgende) ouder centraal gesteld in plaats van dat de zorg volledig gericht wordt op het welzijn van het kind (of de kinderen).

Nawoord…
Voor degene die de moeite hebben genomen om het gehele blog te lezen, is wel duidelijk dat er een belangrijke motivatie zit achter dit blog. Een persoonlijke motivatie wel te verstaan, die voor de volle honderd procent geijkt is op het verbeteren van enerzijds ‘het welzijn voor kinderen’ in het algemeen en één van mijn kinderen in het bijzonder. Aan de andere kant ben ik van mening dat daar waar er serieuze aandacht en zorg nodig is voor het kind, dit ook daadwerkelijk beschikbaar wordt gesteld aan de hulpverlening op de werkvloer rondom het kind. Of het nu om mandaat gaat om op te treden als (tijdelijk) vertegenwoordiger van de belangen voor het kind, als om de middelen en mogelijkheden (óók financiën) voor meerdere lijnondersteuning zoals ‘crisisplekken’, ‘psychologische hulpverlening’, ‘gezinsvervangende tehuizen’ of ‘pleeggezinnen’ etc. Er moet nu actie komen en volgens mij ligt de bal bij het kabinet en alle politieke partijen die het welzijn van kinderen nu en in de toekomst nastreven…

Voorbehoud reacties…
Ik nodig een ieder uit om te reageren op dit blog. Echter zoals in alle gevallen van mijn publicaties ga ik uit van normen, waarden en respect. Wanneer een reactie niet voldoet aan de normen, waarden en respect zoals wij deze hanteren in onze samenleving dan behoud ik mij het recht voor om de reactie niet goed te keuren c.q. te publiceren. Het is geenszins de bedoeling te censureren, maar het vernoemen, beschuldigen of aanprijzen van individuele personen vind ik ongepast, omdat dit onderwerp niet één persoon aangaat of wordt veroorzaakt, maar een samenloop van oorzaken is…