De rapen zijn gaar! Geldverspilling wordt nu aangepakt! Politiek in actie!

Geplaatst op: 19 december 2011 door De Reporter in Geen categorie

Den Haag – De SP is op jacht! Terecht kunnen we zeggen, want uit onderzoek blijkt dat bestuurders in de jeugdhulpverlening zelfs meer verdienen dan een minister. Een op de drie bestuurders geeft het zelfs toe in een onderzoek waar slechts 50% van de bestuurders hebben gereageerd. De beerput van de jeugdhulpverlening wordt geopend! Het stinkt! Hoe is het toch mogelijk dat mensen die pretenderen ‘sociaal gericht te zijn’ eigenlijk slechts sociaal zijn voor de eigen portemonnee! In dienst van een (semi-)overheid en dan meer verdienen dan een minister. Waar is het sociale fatsoen gebleven?

De wereld op z’n kop!
Wanneer de jeugdhulpverlening in Nederland optimaal had gefunctioneerd dan hadden deze mensen niet opgevallen. Nu de besparingen op alle gebieden noodzakelijk zijn, stelt men in de politiek dat zijn verwachten dat deze bestuurders vrijwillig gaan inleveren! Het lijkt wel een sprookje. Je hebt er jarenlang een troep van gemaakt, de gehele jeugdhulpverlening van bovenaf later verslonzen en nu mag je zelf kiezen of je daarvoor een astronomisch salaris mag blijven ontvangen. Het is de wereld op z’n kop. De oplossing is om een bestuurder uit het bedrijfsleven aan te stellen die eens flink gaat snijden in de managementlagen van de jeugdhulpverlening. Waarom is de overhead op de jeugdhulpverlening zo groot? Waarom zijn er zoveel verschillende overheidsorganisaties die zich bezighouden met jeugdhulpverlening? Wat kost al dat extra coördineren ons als burger? Wat brengt het concreet op aan het voorkomen van problemen in de jeugdhulpverlening?

Privacy wordt misbruikt als excuus!
De geheimhouding die door veelal het management van de jeugdhulpverleningsinstanties wordt uitgesproken en hard in de organisatie wordt doorgedrukt, wordt tevens gebruikt om zaken te camoufleren. Op de werkvloer is geld, tijd en man/vrouwkracht tekort om kinderen goed te kunnen helpen. Dossiers duren té lang en worden vaak door laks handelen complex gemaakt. Ouders en kinderen zijn de dupe door rigide regels en wetgeving. Verkeerde interpretatie en toepassing geven bestuurders de mogelijkheid om veel te lang op hun stoel te blijven zitten. Een van de oplossingen is om ambtstermijnen in te voeren in de jeugdhulpverlening. Bestuurders mogen slechts maximaal twee termijn dienen op een post. Een termijn mag slechts drie jaar duren en wordt niet automatisch verlengd. Slechts op basis van bewezen resultaten kan iemand een tweede termijn verdienen. Zo moet het ook mogelijk worden om ‘tevredenheid’ te gaan meten over deze bestuurders.

Het salaris wordt tenslotte betaald door de burger, dus mag de burger ook meebeslissen over de geboekte resultaten. Géén misbruik van privacy, maar openheid en transparantie! De burger moet zelf het recht krijgen om mee te beslissen of de zorg op de juiste wijze wordt ingekocht en of degene die daar leiding aan moet geven voldoet aan vooraf gestelde eisen. Resultaten niet gehaald? Dan zonder gouden handdruk vertrekken. Het graaien in de door de burger betaalde zorg moet nu eens een halt toegeroepen worden!

Hulpverlening voor kinderen moet prioriteit hebben!
Het verspillen van geld aan duurbetaalde bestuurders moet ophouden! Het geld wat de overheid beschikbaar stelt om kinderen in moeilijke situaties te helpen, wordt zonder enige vorm van schaamte geconsumeerd door bestuurders. Het is goed dat daar nu volledige focus voor is, want de burger ergert zich al jaren aan de problemen in de jeugdhulpverlening. De tijd is nu daar om tot rigoureuze wijzigingen over te gaan. De bezem door de grote diversiteit van jeugdhulpverleningsinstanties. Weg met alle overtollige overlegstructuren en eigen belangen van instanties voor bestaansrecht. Kwaliteit van jeugdzorg moet verbeteren, geld moet beter worden benut en totale openheid in financiën, beleid en bestuur. Het kind moet weer de kans krijgen om op te groeien in een land waar normen en waarden op een acceptabel niveau zijn. De ouders moeten worden ondersteund met de opvoeding daar waar het nodig is, maar ook worden aangesproken als zij zich niet conformeren aan maatschappelijke normen en waarden. Ja, een steviger beleid moet worden doorgevoerd, echter wel door mensen die het hart op de juiste plaats hebben, die niet in de jeugdhulpverlening werken om geld te graaien over de rug van het kind!

Bronnen:

SP-onderzoek naar de beloning van jeugdzorgbestuurders
Bestuurder jeugdzorg verdient 4,4 keer zoveel als hulpverlener

Standpunten Politieke Partijen

VVD – Jeugdzorg
CDA – Jeugdbeleid
PVV – Geen duidelijk standpunt gepubliceerd
SP – Bescherm wat kwetsbaar is
D66 – Het kind centraal
GroenLinks – Jeugdzorg
PvdA – Jeugdzorg
ChristenUnie – Jeugdzorg
SGP – Jeugd en Gezin
PvdD – Aangenamere samenleving

Advertenties

Decembermaand, niet voor iedereen een moment van warmte…

Geplaatst op: 11 december 2011 door De Reporter in Algemeen, Dossiers

AMSTERDAM – Het was kort na 11:00 uur op zaterdag 10 december dat ik op het informatiebord boven de weg de tekst zag verschijnen van een ‘Amber Alert’. In eerste instantie stokte mijn adem kort. Het zou toch niet waar zijn? Weer een kind in de problemen? Ik zette mijn auto aan de kant en keek via ‘Amber Alert’ en Twitter wat er precies aan de hand was. Na het lezen van het ‘Amber Alert’ (http://www.amberalertnederland.nl) heb ik deze via mijn digitale netwerk verder verspreid. Daarna de weg vervolgd naar mijn zoontje die bij zijn moeder woont. We hadden afgesproken om samen te brunchen omdat ik ’s middag met de jongens naar een binnenspeeltuin zou gaan. Het kan namelijk ook echt anders als je niet meer met elkaar leeft.

In berichtgeving van ‘Blik op Nieuws’ stond letterlijk:[QUOTE] Volgens de moeder, die uiteraard zeer ongerust is, bestaat er geen direct gevaar voor het welzijn van het kind. De vader is volgens haar niet gewelddadig naar het kind toe en zij verwacht dat de verzorging van zijn kant goed zal zijn.[UNQUOTE]. Ik vroeg mij dan ook ernstig af waarom ‘Amber Alert’ zo breedschalig werd ingezet in dit specifieke geval! Gelukkig kwam al snel die dag het bericht dat het meisje van 4 jaar terecht was. Zondagochtend las ik mijn timeline op Twitter door over wat er zich precies had afgespeeld de dag ervoor. Via ‘Amber Alert’ kwam ik op Hyves terecht bij de berichtgeving over het vermiste meisje. De schrik sloeg mij om het hart toen ik las wat er allemaal over de vermissing werd geschreven. De reacties waren echt schrikbarend! ‘Geef hem de strop’, ‘gooi hem in de gevangenis’ en meer van dergelijke uitingen tekenenden de lijn van reacties. Té schandalig voor woorden!

Helaas leef ook ik gescheiden van mijn kinderen, maar probeer ik samen met de andere ouder wel een gulden middenweg te vinden in het belang van onze kinderen. Flexibiliteit, open communicatie en respect voor elkaar zijn wel nodig om dit mogelijk te maken. Mijn situatie kent nog wel een extra complicerende factor van een andere gebroken relatie wat heel veel energie kost, maar ook daarin staat maar één belang voorop en dat is onze zoon. Kortom ervaring te over om een duidelijk standpunt te mogen hebben over situaties waar kinderen in kunnen verkeren na een breuk van een relatie. Een ervaring waar je uiteraard liever verschoont van blijft, maar soms is een andere oplossing dan scheiding niet mogelijk. Daarover heb ik dan ook geen mening. Wel over hoe je daarna omgaat met de kinderen.

Soms komen volwassenen er helaas te laat achter dat leven samen niet meer de weg van de toekomst is. Zij kiezen er dan voor om niet meer als partners door het leven te gaan. Wanneer dit echter door de één wel wordt geaccepteerd, maar de ander niet dan zijn de rapen gaar. De emotie neemt dat de overhand waardoor dialoog niet meer mogelijk blijkt te zijn. Vindt dit plaats tussen volwassenen zonder kinderen dan is het eenvoudig. Het contact wordt verbroken en ieder gaat zijns of haars weg. De complexiteit komt naar voren als er kinderen in de relatie zijn ontstaan. Dan is dialoog noodzakelijk! Wat namelijk niet te beeindigen is, is het ouderschap. Je bent en blijft ten allertijde ouder. De emotie die tussen volwassenen plaats vindt, zorgt er dan vaak voor dat dialoog over het kind of de kinderen niet mogelijk is. Triest, want degene die de dupe zijn, is het kind of de kinderen.

Gelukkig zijn er veel kinderen die ouders hebben die het wel goed regelen. Die de persoonlijke emotie een plek weten te geven en omwille van de kinderen een weg zoeken en vinden om te zorgen dat de kinderen kunnen opgroeien met de liefde en energie van beide ouders in hun leven. Daar gaat dit blog echter helaas niet over. Het is december 2011, de economische crisis zit in een flinke Europese impasse, regeringen worden gedwongen om noemenswaardige besparingen door te voeren en de werkeloosheid zit in een stijgende lijn. Geen factoren die voor rust zorgen in gezinnen. Financiele problemen zijn één van de grootste factoren die zorgen voor scheidingen. Er is dus nog wel het een en ander te verwachten qua relatiebreuken in de komende maanden. Reden te meer om focus te hebben op het algehele belang van kinderen in Nederland. Zij vormen de toekomst! Zij zijn degene die ons land weer naar een hoger niveau moeten gaan brengen. Nu investeren in het welzijn van kinderen is dus cruciaal voor Nederland.

Wat beslist echter ons huidig kabinet? Allerlei besparingen op onderwijs, jeugdzorg en meer beperkende maatregelen die zorgen dat de problemen groter worden in plaats van afnemen. Hiermee wil ik niet zeggen dat er niets gedaan wordt, maar wel dat er ook andere maatregelen mogelijk zijn m.b.t. financiele middelen in relatie tot kinderen. Nu niet investeren zorgt voor nog meer problemen in de toekomst en met name in de zorg voor kinderen.

Gelijke rechten betekent ook gelijke plichten
In de grondwet van Nederland en het Europese Verdrag voor de Rechten van het Kind staan de kaders van hoe om te gaan met het belang van kinderen uitgebreid beschreven. Wat er echter gebeurd is in de afgelopen 66 jaar is dat de jeugdzorg, de Rechtelijke Macht en de overheid ad hoc ingegaan zijn op incidenten waardoor er de nodige jurisprudentie is ontstaan. Ook zijn er reparatiewetten (AMVB’s etc.) ontstaan die ervoor moeten zorgen dat kinderen veilig en vertrouwd kunnen opgroeien. De wirwar van wetgeving en jurisprudenties en de linkse mening dat een kind altijd bij zijn moeder de beste plaats heeft, zorgen voor grote doch vaak onnodige problemen. De emancipatie is maar één kant opgegaan. De positie van de vader als zorgouder heeft niet de groei doorgemaakt die past bij de ontwikkeling van de emancipatie op andere gebieden. Vele vaders kunnen perfect zorgen voor hun kroost. Net zoals vele moeders dat kunnen. De tijd is nu aanwezig om daar meer aandacht aan te geven. De machtspositie van moeders in de wetgeving, wordt zelfs door sommige moeders als onterecht bestempeld. Vooral moeders die wel het bewustzijn hebben dat het belang van het kind vooropstaat en daarom met de vader goede afspraken maken, vinden dat het anders moet. Het “loslaten van je kind” is moeilijk. Maar ook zonder scheiding komt er ene moment dat je je kind moet gaan loslaten. Hoe kunnen wij gezamenlijk de situatie zo veranderen dat het belang van de kinderen ten allertijde prefeleert boven de individuele belangen van een der ouders?

Wat moet er gebeuren?
Het begint in mijn ogen bij het bewustzijn van de beide ouders. Uit elkaar gaan moet mogelijk zijn, maar besef dat je als ouders altijd de verantwoordelijkheid blijft houden om te zorgen dat je kind een positief contact kan opbouwen en onderhouden met de andere ouder. Het ouderplan wat ooit in het leven is geroepen moet dit bewustzijn stimuleren, maar kan niet de gedachtegang van de ouders bepalen. Zij moeten dit zelf doen en nog meer uitvoeren! In mijn blog ‘De vijf pijlers van de maatschappij’ schrijf ik expliciet over wat van iemand verwacht mag worden t.a.v. kinderen.

De regering breekt regelmatig haar hoofd over deze onderwerpen. Helaas altijd ingegeven door vraagstellingen in de Tweede Kamer n.a.v. een situatie welke aandacht krijgt in de pers. Fout! Fout! Fout! Het is ad hoc politiek en zorgt niet voor een constructieve opbouw van wetgeving. Het zorgt voor oneigenlijke reparatiewetjes, vertekende beeldvorming bij de Rechtelijke Macht en Jeugdzorg en krijgt een weerslag op lopende dossiers. Het is een maaatschappelijk probleem wat om constructief dialoog vraagt. De wetgeving rondom het ‘kind’ in onze samenleving moet noemenswaardig worden aangepast. De wet is gedateerd! Niet aangepast naar de hedendaagse tijd en kan bestempeld worden als ‘na-oorlogs’. Zo ook de mening en uitvoering van vele mensen actief in de Rechtelijke Macht en de Jeugdzorg. Een moeder is niet meer standaard de juiste partij, maar is één van de twee ouders die het kind een basis kan geven, echter niet zonder ook de positieve energie van de vader. Het uitgangspunt van ‘Moeder is de zwakke partij’ moet echt eens van tafel. Er moet veel meer dan nu gebeurd, uit het oogpunt van het kind worden gekeken. Ouders (dus vaders en moeders) die niet in het belang van het kind handelen moeten hierop kunnen worden aangesproken.

Kom ik nu alleen op voor vaders? Nee!
Het gaat op vele fronten mis! Daarom pleit ik niet alleen dat vaders meer positie krijgen in de wetgeving, maar dat er op een geheel andere wijze moet worden aangekeken tegen de problematiek rondom kinderen bij een scheiding. Helaas is het zo dat ons rechtstelsel de mogelijkheid geeft om maar te blijven procederen met een ‘vrijstelling van kosten’. Hierdoor worden negatieve situaties in stand gehouden. Er is geen dwang om tot een oplossing te komen via een andere weg, want je blijft gewoon naar een advocaat stappen. Telkens worden de kosten door de overheid (lees: belastingbetaler) vergoed. Dit levert de advocatuur miljoenen op per jaar en kost de overheid miljoenen extra aan onnodige rechtszaken, belasting op het Openbaar Ministerie, opsporingsgelden vanwege valse aangiften etc. Hier komen we op de economische effecten van verkeerde effecten in de wetgeving over ‘hoe om te gaan met kinderen’. Valt er te besparen? Zijn gezinsproblematieken anders op te lossen? Is het mogelijk om ouders méér verantwoordelijkheid te geven om tot oplossingen te komen? Is het mogelijk om het kind een betere positie te geven in onze samenleving?

Volmondig zeg ik:”Ja!”. En vele mensen zeggen ‘Ja’ met mij. Alleen is het oto op heden nog steeds niet goed gelukt om de politiek zodanig in beweging te krijgen dat er niet op incidenten moet worden gereageerd, maar dat er nu eindelijk eens structureel moet worden gewerkt aan oplossingen. Waardoor het neveneffect is dat vrijgekomen gelden nu eindelijk echt eens kunnen worden benut voor die zaken die noodzakelijkerwijs ‘van buitenaf’ hulp nodig hebben.

Komen we terug bij de essentie van dit blog. Kinderen verdienen het om te mogen opgroeien in een veilige en vertrouwde omgeving. Contact te mogen hebben met beide ouders, familie en vrienden. De hulp te krijgen in de opvoeding om te ontwikkelen tot bewuste liefhebbende volwassenen met het juiste zelfvertrouwen en educatie. Wie gaat hier in de politiek de verantwoordelijkheid voor nemen? Wie gaat in het onderwijs de verantwoordelijkheid nemen? Wie gaat als ouder zijn of haar handelen eens goed overdenken? Kortom:”Hoeveel kinderen mogen komende feestdagen onverwachts ineens wel naar de andere ouder, terwijl dit nu niet in de planning ligt?”

Wanneer één kind meer dan nu de kans krijgt om bij zijn vader of moeder te zijn komende Kerst dan is de boodschap van mijn blog overgekomen…

Dank jullie wel voor het lezen. Schroom vooral niet om te reageren, jouw mening achter te laten en te helpen dit dialoog een zodanige omvang te laten krijgen dat iedereen, maar vooral de politiek, aandacht krijgt voor structurele oplossingen…

Hele warme liefdevolle feestdagen…
Een liefhebbende ouder

Bronnen:
‘Amber Alert’
Amber Alert Nederland op Hyves
Blik op Nieuws – Melding van de 4-jarige Roshayra
David Horsey (cartoon)
Russell Macaulaywang (cartoon)
Jefferson Parish (cartoon)
Marlendy (Christmas Card)

Besparingen op Jeugdzorg zijn noodzakelijk!

Geplaatst op: 26 juli 2011 door De Reporter in Geen categorie

DEN HAAG – De stap voor besparingen op de jeugdzorg is door het huidige kabinet ingezet. De algemene opinie vindt het onbegrijpelijk, maar het is echt nodig. Klaarblijkelijk is de jeugdzorg zelf niet in staat om te komen tot oplossingen en verbeteren van de situatie. In dit blog schrijf ik mijn mening over ‘waarom besparing op jeugdzorg noodzakelijk is’. Ongetwijfeld zijn er genoeg mensen in de samenleving het niet eens met mij. Gelukkig leven we in een wereld waarin we op een gezonde wijze een eigen mening mogen hebben. En ook nog eens de mogelijkheid hebben om deze openlijk te ventileren. Mijn ervaringen met instellingen in de jeugdzorg strekt zich uit over een periode van ruim 10 jaar. Deze ervaringen vormen de motivatie om dit blog te schrijven. De hoofdlijn is: “Je kunt de wereld alleen veranderen als je ook wil hebt om te veranderen…

Uitgangspunt
De oorsprong van de jeugdzorg gaat al eeuwen terug. Als uitgangspunt van dit blog ga ik echter ‘slechts‘ terug tot 20 november 1989. Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is ‘Het verdrag inzake de Rechten van het Kind‘ aangenomen onder de noemer ‘Kinderen eerst!’. Via Hyperlinks kunt u rechtstreeks bij het Handvest komen, zodat u kennis kunt nemen van de officiële en samenvatting, inclusief twee facultatieve protocollen.

Probleemstelling
De zorg voor jeugd is niet goed in Nederland! De vele familiedrama’s, waar in veel gevallen jeugdzorginstellingen al in meer of mindere mate betrokken blijken te zijn, wijzen op een nijpende situatie. Het is telkens wachten op weer een nieuwe situatie om de ogen te openen van ons allen. We roepen dan massaal ‘Dit kan toch niet waar zijn! Laat de politiek hier in actie komen…‘. Er worden dan Kamervragen gesteld, hier en daar schrijft de pers over het onderwerp en stille tochten worden gelopen. Na enkele maanden is het weer stil en gaat men over tot de orde van de dag. De echte problemen worden niet opgelost, omdat het slechts bij ‘praten over‘ blijft! Hier zit het probleem ook in. In de voorgaande (linkse) kabinetten is er veel gesproken… en gesproken… en gesproken… maar bleven daadwerkelijke acties achterwege. Met als resultaat vele kinderen die ‘Kind van de Rekening zijn… en blijven!

Vaststellingen van problemen
De instellingen welke vanuit overheidswege en wetgeving verantwoordelijk zijn voor de ‘Zorg voor Jeugd‘ blijven ‘slechts praten’. Actie blijft achterwege, want niemand wil zijn handen branden aan ‘precaire zaken‘. Daarnaast is het ook nog eens zo dat je met ‘het kalkoen over de Kerst‘ praat zoals dat wordt genoemd. De instellingen moeten zelf met plannen komen, maar dat betekent dat er ingegrepen moet worden. De gedachtegang over ‘hoe kan ik jeugdigen in moeilijke situaties helpen’ is totaal verdwenen en heeft plaats gemaakt voor ‘hoe kunnen wij onszelf in standhouden, want anders ben ik straks mijn baan kwijt!‘. Wie de instellingen wilt leren begrijpen moet de geldstroom volgen is één van de belangrijkste stelregel bij het in gang zetten van veranderingen in een organisatie. De overheid heeft een serieus budget beschikbaar om de jeugdproblematiek aan te pakken, maar dit verwatert in de cultuur van ‘praten over’ in plaats van ‘werken met’ kinderen en de de achterban.

De verdeling van verantwoordelijkheden over de Raad van de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, Advies- & Meldpunt Kindermishandeling en Centra voor Jeugd en Gezin zijn de bekendste, maar schrik niet, er zijn er meer dan 500 instellingen en vestigingen in Nederland alleen al die in meer of mindere mate betrokken zijn bij de ‘Zorg voor Jeugd’. Je kunt door de bomen het bos niet meer zien. Al deze organisaties houden zich bezig met plannen, protocollen, plannen, protocollen, plannen…

Het is conform het Handvest een taak van de overheid om ‘regie’ te nemen in situaties waar het belang, het welzijn, de veiligheid, de vrijheid van het kind in het gedrang is. Hier stuiten we op de essentiële problemen binnen de jeugdzorg! De wetgever heeft duidelijke regels beschikbaar om de belangen van het kind in de breedste zin van het woord te behartigen. De rechtelijke macht heeft de middelen voor handen om, in die gevallen waar het nodig is, in te grijpen in de situatie. De jeugdzorginstellingen beschikken over de mogelijkheden om de wetgeving, de rechtelijke beslissingen en noodzakelijke acties te nemen.

“Wat is dan het probleem?” kunt u zich afvragen. Er zijn verschillende facetten die voorkomen dat de hulp daadwerkelijk bij en voor de kinderen plaats vindt. Het is een ‘vicieuze cirkel van onverantwoordelijk optreden’ door alle instellingen betrokken bij de jeugdzorg waardoor dit wordt veroorzaakt. De start van de hulpverlening begint bij de wetgeving. Wanneer iedereen start met het begrijpen van de wetgeving dan is stap één gezet.

De Wetgeving & Verdragen
Ter informatie verstrekt ik u hier enkele belangrijke elementen uit het ‘Verdrag inzake de Rechten van het Kind’ van 20 november 1989 aangenomen door de Verenigde Naties. In mijn ogen geldt dit als startpunt van de cirkel en geeft het een duidelijk kader waarbinnen de ‘Zorg voor het Kind’ moet plaatsvinden. U kunt de officiële tekst nalezen via www.onmacht.nl.

1. Definitie van ‘kind’ – Als kind wordt aangemerkt iedere persoon jonger dan achttien jaar, tenzij de nationale wetgeving de meerderjarigheidsgrens lager stelt.

2. Bescherming tegen discriminatie – Alle rechten gelden voor alle kinderen, zonder enige uitzondering. De Staat is verplicht kinderen te beschermen tegen elke vorm van discriminatie en dient zich actief in te zetten voor de bevordering van de rechten van kinderen.

3. Belangen van het kind – Bij alle maatregelen die kinderen betreffen dient het belang van het kind voorop te staan. Wanneer de ouders van het kind, of anderen die verantwoordelijk zijn, hun verplichtingen niet nakomen, zal de Staat het kind voorzien van de nodige zorg.

4. Realiseren van de rechten – De Staat moet alles in het werk stellen om de rechten zoals deze zijn vastgelegd in het Verdrag, te verwezenlijken.

5. De rol van ouders bij de begeleiding en ontwikkeling van het kind – De Staat dient de rechten en verantwoordelijkheden van de ouders en familie te eerbiedigen ten aanzien van de begeleiding van het kind bij de uitoefening door het kind van de rechten uit het Verdrag.

6. Overleven en ontwikkeling – Elk kind heeft het inherente recht op leven. De Staat is verplicht te zorgen voor het overleven en de ontwikkeling van het kind.

7. Naam en nationaliteit – Elk kind heeft vanaf zijn geboorte recht op een naam. Ook heeft ieder kind het recht een nationaliteit te verwerven en, voorzover dat mogelijk is, het recht te weten wie zijn ouders zijn en door hen te worden verzorgd.

8. Eerbiediging van de identiteit – De Staat is verplicht de identiteit van het kind te beschermen en, indien nodig, de voornaamste aspecten van deze identiteit te herstellen, zoals naam, nationaliteit en familiebanden.

9. Scheiding van het kind van de ouders – Elk kind heeft het recht bij zijn ouders op te groeien en om met beide ouders contact te houden wanneer het van een of van beiden gescheiden leeft, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind.

10. Gezinshereniging – Kinderen en ouders hebben het recht, in het kader van gezinshereniging of voor het onderhouden van de ouder-kind relatie, vanuit ieder land terug te keren naar hun eigen land.

11. Ontvoeren en vasthouden van kinderen – De Staat is verplicht om het ontvoeren van kinderen naar het buitenland of het aldaar vasthouden van kinderen door een van de ouders of door een derde, te voorkomen en tegen te gaan.

12. De mening van het kind – Ieder kind heeft het recht zijn mening vrijelijk te uiten in aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang moet worden gehecht.

13. Vrijheid van meningsuiting – Elk kind heeft het recht, zowel binnen als buiten de landsgrenzen, zijn mening te uiten, informatie te verkrijgen of te verschaffen en denkbeelden door te geven.

14. Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst – De Staat eerbiedigt het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, en de rechten en plichten van de ouders om het kind hierbij te begeleiden.

15. Vrijheid van vereniging en vergadering – Kinderen hebben het recht om samen te komen, om lid te worden van verenigingen en verenigingen op te richten.

16. Bescherming van privacy – Kinderen hebben recht op bescherming tegen inmenging in hun privéleven, gezinsleven, woning en correspondentie.Ook hebben zij recht op bescherming tegen elke vorm van laster.

17. Toegang tot informatie – De Staat dient er voor te zorgen dat kinderen toegang hebben tot informatie en materiaal afkomstig uit een verscheidenheid aan bronnen. Daarbij zal de Staat de massamedia stimuleren informatie te verspreiden van sociaal en cultureel nut voor het kind en zal de Staat de benodigde maatregelen treffen om het kind te beschermen tegen informatie en materiaal die schadelijk voor het kind zijn.

18. Ouderlijke verantwoordelijkheden – De ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen. Zij zullen hierbij worden bijgestaan door de Staat. De Staat zal ouders op een passende wijze bijstand verlenen bij het opvoeden van hun kinderen.

19. Bescherming tegen misbruik en verwaarlozing – De Staat zal het kind beschermen tegen elke vorm van mishandeling door ouders of door een derde die de zorg over het kind heeft. Ook zal de Staat doelgerichte sociale programma’s opzetten om misbruik te voorkomen en om hulp te bieden aan slachtoffers.

20. Bescherming van kinderen zonder gezin – De Staat is verplicht extra bescherming te bieden aan kinderen die niet in hun eigen gezin kunnen verblijven en zorgt in dergelijke gevallen voor een geschikt alternatief, zoals plaatsing in een pleeggezin of in een instelling voor kinderzorg. Bij de keuze van de meest geschikte oplossing, zal rekening worden gehouden met de culturele achtergrond van het kind.

De Rechtelijke Macht
Nu de uitgangspunten vanuit de wetgever glashelder zijn, kunnen we naar de volgende stap in de procescirkel. Het Nederlands Recht en de Europese Verdragen vormen de basis voor het doen van uitspraken door de rechterlijke macht. Het is de zelfstandige macht in het Huis van Thorbecke. Zij moet toezien op het op de juiste manier toepassen van de wetgeving. Echter daar waar het om ‘kinderen’ gaat is de rechtelijke macht dé instelling die moet zorgen dat precaire situaties zeer zuiver, adequaat en altijd in het belang van het kind worden opgelost. Zij verschaffen op basis van de wetgeving dé kaders voor alle instellingen in de jeugdzorg om het werk daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Concreet betekent het dat zij zich optimaal moeten laten informeren over de situatie waarover een uitspraak noodzakelijk is. De verdeeldheid aan en diversiteit van informatie zorgt echter juist voor problemen. Het komt met regelmaat voor dat een rechter onnodig lang een zaak aanhoudt om allerlei extra onderzoeken te laten doen, terwijl een uitspraak, hetzij onder te stellen voorwaarden, meer passend zou zijn. Het niet doen van een uitspraak zorgt voor méér problemen, onzekerheden en risico’s dan stelling nemen in een precaire situatie. Te vaak leidt het uitstellen van een zaak voor wéér een onderzoek tot verregaande problemen in de privésituatie van het betreffende kind.

Naast het ‘niet beslissen’, wat op zich al kwalijk genoeg is, worden er ook hele vreemde beslissingen genomen. Een in de kern gelijkwaardige zaak in Groningen kan een totaal ander resultaat opleveren als in de Randstad. Dit heeft te maken met het referentiekader van de betreffende rechter. Ook hier is duidelijk de invloed aanwezig van ‘we gaan er nog maar eens over praten met elkaar’, maar wordt vergeten om één regisseur aan te wijzen. En als er wel een regisseur wordt aangewezen dan wordt verzuimd om de juiste middelen te verstrekken. In mijn ogen uit een bepaalde angst om ‘de verkeerde beslissing’ te nemen. Als het dan komt tot een negatieve situatie zoals een familiedrama dan is ‘mijn bureau tenminste schoon!’, kan dan worden gesteld.

De instellingen actief in jeugdzorg
Het zal u niet verbazen als ik in dit blog aangeeft dat het niet aan één instelling ligt dat het volledig misgaat in de jeugdzorg. Het is in, zeker bij complexe zaken, nooit aan één oorzaak te wijten dat de gevolgen van grote omvang zijn. Niemand, ik herhaal, Niemand vanuit officiële instellingen durft daadwerkelijk regie te nemen in zaken daar waar het nodig is. De vele zaken welke ik onder ogen heb gehad laten allemaal hetzelfde zien. Er zijn legio instellingen, van de Raad van de Kinderbescherming tot GGZ van Centra voor Jeugd en Gezin tot Advies en Meldpunt Kindermishandeling, betrokken bij jeugdzaken. In die gevallen waar een Onder Toezicht Stelling (OTS) van kracht is, is het vaak wel helder wie de verantwoordelijkheid draagt. Dat is de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg.

Echter in die gevallen waar nog ‘slechts’ sprake is van ‘gezinsproblematiek’ ontbreekt veelal de gezinsvoogd. Voor beide situaties geldt wel dat er actie noodzakelijk is, want op een of ander manier is ‘het belang van het kind’ in het gedrag. Aangezien problematiek rondom ‘jeugdzorg’ een niet eenvoudige zaak is doordat vele instellingen zich ermee bemoeien, durft niemand de regie te nemen. En als iemand de regie al neemt dan werken de instellingen elkaar om verschillende redenen tegen. Het lijkt er dan ook sterk op dat niet het kind centraal staat, maar het bestaand van de betrokken instellingen.

Het bestaansrecht van de grote diversiteit van instellingen mag van mij persoonlijk ter discussie worden gesteld. De overheid en de jeugdzorginstellingen heeft duidelijk problemen met het uitvoeren van de regiefunctie. Of dit nu ingegeven is door ‘eigen belangen in de vorm van bestaansrecht’ of ‘angst om op te durven treden’, het zijn de kenmerkende problemen binnen de zorg voor het kind. De instellingen hebben in de afgelopen jaren duidelijk aangetoond niet voornemens te zijn om ‘samen te werken’ om te komen tot oplossingen om ‘minder te praten en meer te doen’. Een harde uitspraak, maar zeker navenant de huidige situatie binnen de jeugdzorg. In mijn conclusie licht ik deze uitspraak nader toe.

De regisseur
In alle situaties is het noodzakelijk dat één instelling, één persoon de regie krijgt over het dossier van het betrokken kind. Degene moet als centraal punt fungeren en alle beschikbare informatie vanuit betrokken instellingen, school, sport, privéomgeving, politie indien van toepassing etc. verzamelen. Hier mag op geen enkele wijze een subjectiviteit zijn in de gedachtegang. Juist het verkrijgen van een objectief beeld over de situatie van en rondom het kind is van het grootste belang. In de praktijk verloopt het echter anders. Rapporten worden slecht geschreven, verwoordingen worden gedraaid en meningen wisselen nog sneller dan de wijzers van de klok. Hierdoor ontstaan er totaal verschillende beelden die niet leiden tot een objectief beeld van de situatie. De functie van de regisseur moeten we niet onderschatten! Het heeft altijd te maken met emotionele zaken. De selectie van zo’n regisseur moet dan ook strikt worden gedaan. Hiervoor moet dan wel eerst een goed profiel worden opgesteld. We hebben het hier niet over een ‘gezinsvoogd’, maar iemand die het dossier centraliseert, de informatie bundelt, rapporten controleert en gezamenlijk met de informatieverstrekkers tot een eenduidig advies komt. Of dit nu is voor de rechtelijke macht of richting ouders en instellingen. Deze regisseur moet het mandaat krijgen vanuit de Rechterlijke Macht om noodzakelijke acties in gang te zetten.

De gezinsvoogd
Het tweede probleem is dat, daar waar OTS van kracht is, een gezinsvoogd is aangesteld als regisseur. Dit is een ongewenste situatie. De gezinsvoogd heeft als doel het optreden als ‘derde ouder’ in het gezin. Het moet een objectieve rol zijn, echter in de praktijk blijkt dit een onmogelijke opgave. Er zijn diverse situaties waarin een gezinsvoogd aangesteld kan worden. Het strekt te ver om alle soorten van situaties te schetsen, dus beperkt ik mij tot één van de meest voorkomende situaties. Het één-oudergezin ontstaan door scheiding. In de volksmond betekent het dat één ouder de zorg voor het kind (of kinderen) krijgt en de andere ouder ‘slechts’ een zorgplicht heeft en een omgangsregeling met het kind (of kinderen) krijgt. We gaan er vanuit dat de ouders zijn gescheiden omdat zij samen de toekomst niet meer kunnen vinden. De emotie wat het met zich meebrengt zorgt voor de problemen. De kinderen worden dan de inzet van de scheiding en zijn direct het kind van de rekening. Wanneer de problemen een dermate omvang hebben dat het welzijn van het kind serieus in het gedrang komt, dan kan de situatie van OTS ontstaan. Een gezinsvoogd moet dan gaan ondersteunen om de situatie voor het kind te stabiliseren en het welzijn van het kind te waarborgen door de thuissituatie met de nodige zorg te omringen en daarmee positief te beïnvloeden.

Objectiviteit is noodzaak!
Bewust heb ik in de afgelopen alinea het woord ‘kind’ veelvuldig gebruikt. Het kind moet centraal staan in de zorgverlening en niet de ouder(s). De ouders hebben de plicht om het welzijn van het kind onvoorwaardelijk te waarborgen. Daar waar zij dit niet kunnen, dient de Staat hen bij te staan. Dit is niet een vrijblijvende hulp als eenmaal een OTS van kracht is. Er worden dan regels opgesteld waaraan de ouders, de gezinsvoogd en alle andere betrokken zich aan dienen te houden puur omwille van het belang van het kind. Dit is niet realiseerbaar voor een gemiddelde gezinsvoogd. Die is, ook emotioneel, vaak te dicht betrokken op de gezinssituatie waarin het kind verblijft. Er ontstaat dan een subjectief beeld omdat je midden in de problematiek staat als gezinsvoogd. Hier is dus een objectief beeld en coördinatie (lees: regie / regisseur) noodzakelijk.

De ouders
In de situatie waar (nog) sprake is van de aanwezigheid van ouders, ligt ook een belangrijke verantwoordelijkheid voor deze ouders. Je kunt je gelijk de vraagstellen: “Waarom nemen zij niet hun verantwoordelijkheid?”, maar daar is geen eenduidig antwoord op te geven. “Als zij het namelijk zelf zouden kunnen dan was de weg naar de jeugdzorg niet nodig”, zou de gemiddelde gezond nadenkende mens zeggen. Er zijn diverse situaties te noemen welke echter een andere praktijk laten zien. Er wordt echter al snel gewezen naar de oorzaak dat ouders strijd hebben. Omwille van de rust voor het kind wordt er dan tijdelijk een verbreking in de omgang met de niet-verzorgende ouder ingelast. Dit druist rechtstreeks in tegen het belang van het kind en hetgeen in het Handvest staat vermeld. Het kind heeft recht op contact met beide ouders. Een verstoorde thuissituatie bij de verzorgende ouder is ook een verantwoordelijkheid van de verzorgende ouder. Wanneer deze ouder hulp nodig heeft dan mag het nimmer leiden tot het verbreken van contact tussen het kind (of kinderen) en de niet-verzorgende ouder. Ongeacht of er een gezagsverhouding is, want de biologische basis geeft genoeg houvast om een wettelijke status voor omgang te hebben. De zorg voor de verzorgende ouder van het kind, dus niet direct voor het kind zelf, moet los worden gezien van de directe zorg voor het kind.

Financiën worden oneigenlijk gebruik!
Als de veelal verzorgende ouder niet wenst mee te werken aan een omgangsregeling of de omgangsregeling frustreert dan moet in het belang van het kind daar hard tegen worden opgetreden. Het is voor een kind (of kinderen) van het grootste belang dat beide ouders op een positieve wijze een serieuze bijdrage moeten kunnen geven aan het welzijn en ontwikkeling van het kind. Instellingen binnen de jeugdzorg verwarren met grote regelmaat het belang van zorgen voor de thuissituatie van het kind (directe zorg aan de verzorgende ouder) en zorg voor het kind (direct t.b.v. het kind). Met deze stelling kunnen we gelijk concluderen dat de kosten voor de jeugdzorg exorbitant belast wordt met kosten voor indirecte zorg. Zorg voor een ouder moet niet komen uit de budgetten voor ‘jeugdzorg’, maar uit andere budgetten. Deze mistige situatie moet zo spoedig mogelijk worden opgeheven. In de conclusie kom ik hierop terug.

Mandatering en Toezicht
Het mandaat van een neutrale regisseur moet, naast de verantwoordelijk voor de inzet van capaciteit van instellingen, zich ook strekken tot het verantwoordelijk zijn voor de financiën van de zorg bij het betreffende gezin. Zo wordt integraal inzichtelijk waar de kosten voor worden ingezet. Er kan dan vanuit de overheid strikt toezicht worden gehouden, door een niet in de jeugdzorg actieve instelling zoals de Rekenkamer of een daartoe uitgeruste organisatie. De toezicht op de zorg, als tweede belangrijke pijler voor de regisseur, kan uit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sociale Zaken plaats vinden. Op deze wijze zijn zowel zorg als financiën onder het juiste toezicht gesteld. En wordt de cirkel rondgemaakt omdat we dan terug zijn bij de overheid.

Conclusie
De overheid moet de geldkraan voor de jeugdzorg dichtdraaien omdat de door de overheid opgerichte instellingen op géén enkele wijze zelfstandig tot vermagering gaan komen tot reductie van de ‘managementlagen’ en overtollige ‘overlegstructuren, praatgroepen en indirecte krachten’. Door nu hardhandig de geldkraan te sluiten worden de zorginstellingen gedwongen om tot reductie te komen. Zij moeten zich gaan verantwoorden!

Het bijzondere is dat de verantwoordelijken binnen deze instellingen de reductie op de werkvloer ‘niet’ doorvoeren. Hierdoor is het kind direct de dupe. Het kan toch niet zo zijn dat er een grotere overhead (inclusief management en indirecte medewerkers) actief is, meer dan 15% van de totale kosten voor daadwerkelijk directe zorg voor het kind. De particuliere instellingen voor zorg laten duidelijk zien dat overheadkosten niet hoger hoeven te zijn om een goede kwaliteit van zorg te kunnen waarborgen. Waarom dan wel door overheid geregelde instellingen?

Door nu de kraan dicht te draaien moeten de overheids- en zorginstellingen wel gaan reduceren. Of dit de juiste weg is? Nee, maar klaarblijkelijk blijven de instellingen van mening dat alle extra indirecte krachten noodzakelijk zijn, terwijl dit miljoenen kost. Geld wat op de werkvloer voor de zorg voor kinderen keihard nodig is. De inrichting van de jeugdzorg in Nederland moet cruciaal veranderen. De overheid moet de beschikbare budgetten centraliseren en dan in gaan zetten voor daadwerkelijk directe zorg aan kinderen en niet om instellingen in stand te houden die het drukker hebben met ‘eigen bestaansrecht’ dan ‘het welzijn van kinderen’.

Tenslotte…
De oplossing is niet van vandaag op morgen te realiseren. De stap naar de oplossing wel! Het groot aantal betrokkenen bij de hulpverlening aan één of meerdere kinderen in één dossier moet zo spoedig mogelijk worden gereduceerd en worden teruggebracht onder één regisseur. Financiën moeten worden gestructureerd in plaats van worden gefragmenteerd. Toezicht op zorg voor kinderen moet wettelijk worden nageleefd. En daar waar nodig moeten de wettelijke kaders door de Rechtelijke Macht worden geëerbiedigd in plaats van zich te verschuilen achter ‘subjectieve rapportage’. Het is de taak van de Rechtelijke Macht om ‘het welzijn van het kind’ te borgen op basis van de geldende wetgeving. Een wetgeving die nu op te veel verschillende manieren wordt uitgelegd, terwijl het klip en klaar in ‘Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind’ is beschreven! Té vaak wordt de (verzorgende) ouder centraal gesteld in plaats van dat de zorg volledig gericht wordt op het welzijn van het kind (of de kinderen).

Nawoord…
Voor degene die de moeite hebben genomen om het gehele blog te lezen, is wel duidelijk dat er een belangrijke motivatie zit achter dit blog. Een persoonlijke motivatie wel te verstaan, die voor de volle honderd procent geijkt is op het verbeteren van enerzijds ‘het welzijn voor kinderen’ in het algemeen en één van mijn kinderen in het bijzonder. Aan de andere kant ben ik van mening dat daar waar er serieuze aandacht en zorg nodig is voor het kind, dit ook daadwerkelijk beschikbaar wordt gesteld aan de hulpverlening op de werkvloer rondom het kind. Of het nu om mandaat gaat om op te treden als (tijdelijk) vertegenwoordiger van de belangen voor het kind, als om de middelen en mogelijkheden (óók financiën) voor meerdere lijnondersteuning zoals ‘crisisplekken’, ‘psychologische hulpverlening’, ‘gezinsvervangende tehuizen’ of ‘pleeggezinnen’ etc. Er moet nu actie komen en volgens mij ligt de bal bij het kabinet en alle politieke partijen die het welzijn van kinderen nu en in de toekomst nastreven…

Voorbehoud reacties…
Ik nodig een ieder uit om te reageren op dit blog. Echter zoals in alle gevallen van mijn publicaties ga ik uit van normen, waarden en respect. Wanneer een reactie niet voldoet aan de normen, waarden en respect zoals wij deze hanteren in onze samenleving dan behoud ik mij het recht voor om de reactie niet goed te keuren c.q. te publiceren. Het is geenszins de bedoeling te censureren, maar het vernoemen, beschuldigen of aanprijzen van individuele personen vind ik ongepast, omdat dit onderwerp niet één persoon aangaat of wordt veroorzaakt, maar een samenloop van oorzaken is…